Achter het brons in de Nederlandse bodem gaat een Europees netwerk schuil

Press/Media: Expert CommentAcademic

Description

De randbijl van Kessel. Het bronzen bijltje van amper zes centimeter groot, met een kleine waaiervormige snede, dankt zijn typologische naam aan zijn hoge randen. Pakweg 65 jaar geleden is hij opgebaggerd uit de Maas. Aan de hand van de stijl konden archeologen vaststellen dat hij ergens in Noordwest-Duitsland moet zijn gemaakt. Nu is ook bekend waar het kopererts vandaan komt waarvan hij 3.800 tot 4.000 jaar geleden is gemaakt. „Uit een Bronstijd-mijn in het Slowaakse Ertsgebergte”, zegt archeologe Liesbeth Theunissen, specialist late prehistorie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Theunissen heeft de afgelopen twee jaar het onderzoek geleid naar de herkomst van de grondstof van in Nederland gevonden bronzen voorwerpen uit de periode 2000 tot 800 voor Christus. „Dat hebben we gedaan door te kijken naar de samenstelling van de bronslegering en naar de lood­isotopen­verhoudingen. Op die manier wilden we meer te weten komen over de rol van Nederland in de metaal­circulatie en uitwisselings­netwerken in de Bronstijd.”

De afgelopen tien jaar hebben archeologen elders in Europa al dergelijk onderzoek gedaan. „In Scandinavië, maar ook in Engeland, Duitsland en Spanje”, zegt Stijn Arnoldussen, universitair hoofddocent late prehistorie aan de Rijksuniversiteit Groningen en ook bij het onderzoeksproject betrokken. Het oudste onderzoek naar de herkomst van kopererts uit de Bronstijd in Europa dateert uit 1874, weet Arnoldussen. „Dat was een Belgische publicatie.” In Nederland was tot twee jaar geleden slechts mondjesmaat onderzoek gedaan om vast te stellen waar het materiaal voor de opgegraven bronzen voorwerpen vandaan kwam. „In 1934 is de herkomst van vijf en in de jaren zestig van acht bijlen onderzocht.”

Period17-Jan-2026

Media contributions

1

Media contributions

  • TitleAchter het brons in de Nederlandse bodem gaat een Europees netwerk schuil
    Degree of recognitionNational
    Media name/outletNRC Handelsblad, 17-01-2026
    Media typeNewspaper
    Country/TerritoryNetherlands
    Date17/01/2026
    DescriptionDe randbijl van Kessel. Het bronzen bijltje van amper zes centimeter groot, met een kleine waaiervormige snede, dankt zijn typologische naam aan zijn hoge randen. Pakweg 65 jaar geleden is hij opgebaggerd uit de Maas. Aan de hand van de stijl konden archeologen vaststellen dat hij ergens in Noordwest-Duitsland moet zijn gemaakt. Nu is ook bekend waar het kopererts vandaan komt waarvan hij 3.800 tot 4.000 jaar geleden is gemaakt. „Uit een Bronstijd-mijn in het Slowaakse Ertsgebergte”, zegt archeologe Liesbeth Theunissen, specialist late prehistorie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

    Theunissen heeft de afgelopen twee jaar het onderzoek geleid naar de herkomst van de grondstof van in Nederland gevonden bronzen voorwerpen uit de periode 2000 tot 800 voor Christus. „Dat hebben we gedaan door te kijken naar de samenstelling van de bronslegering en naar de lood­isotopen­verhoudingen. Op die manier wilden we meer te weten komen over de rol van Nederland in de metaal­circulatie en uitwisselings­netwerken in de Bronstijd.”

    De afgelopen tien jaar hebben archeologen elders in Europa al dergelijk onderzoek gedaan. „In Scandinavië, maar ook in Engeland, Duitsland en Spanje”, zegt Stijn Arnoldussen, universitair hoofddocent late prehistorie aan de Rijksuniversiteit Groningen en ook bij het onderzoeksproject betrokken. Het oudste onderzoek naar de herkomst van kopererts uit de Bronstijd in Europa dateert uit 1874, weet Arnoldussen. „Dat was een Belgische publicatie.” In Nederland was tot twee jaar geleden slechts mondjesmaat onderzoek gedaan om vast te stellen waar het materiaal voor de opgegraven bronzen voorwerpen vandaan kwam. „In 1934 is de herkomst van vijf en in de jaren zestig van acht bijlen onderzocht.”
    Producer/AuthorTheo Toebosch
    URLhttps://www.nrc.nl/nieuws/2026/01/16/achter-het-brons-in-de-nederlandse-bodem-gaat-een-europees-netwerk-schuil-a4914475
    PersonsTheo Toebosch, Stijn Arnoldussen, Liesbeth Theunissen

Keywords

  • metalwork
  • lead isotopes
  • bronze age
  • netherlands
  • european networks