Skip to main navigation Skip to search Skip to main content

Hoe hoorde het? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur, 1780-1890

  • Maria Tilburg, van

    Press/Media: ResearchPopular

    Description

    De titel geeft een onvolledig beeld van het onderwerp, want de bestudeerde adviesliteratuur
    behandelt meer dan alleen sexualiteit en partnerkeuze.VanTilburgs bronnenmateriaal bestaat/
    uit twee typen literatuur: gidsen met levenslessen voor jongvolwassenen en huwelijksadviesboeken,
    waarin de auteurs uiteenzetten hoe een goed huisvader of een goede huisvrouw zich
    dient te gedragen. Dit tweede genre richt zich meest tot degenen die de huwelijkse staat nog
    moeten bereiken. Uiteenlopende zaken als de kostwinning, het bestieren van het huishouden
    en de gezagsverhouding tussen echtelieden komen hier ter sprake. Door beide genres heen
    loopt het verschil in de religieus-ideologische achtergrond van de auteurs. Op het eind van de
    achttiende eeuw verschenen voor het eerst vrijzinnige adviesboeken, geënt op de christelijk
    angehauchte Nederlandse Verlichting. Het wekt geen verbazing dat vele ervan binnen de kring
    van het Nut tot stand kwamen. Dergelijke werken bleven ook in de negentiende eeuw uitkomen.
    Daarnaast kreeg de adviesliteratuur van orthodox-protestantse snit een nieuwe impuls
    door het Réveil, terwijl er, met de emancipatie van de katholieken in Nederland, in de loop van
    die eeuw ook goede raad voor deze opkomende zuil op de markt kwam.
    Van Tilburg analyseert haar bronnen vanuit diverse invalshoeken. Er is een grotendeels impliciete
    vergelijking met de adviesliteratuur over huwelijk en gezin uit de vroeg-modcrne periode.
    Zonder de laatste uitvoerig in de analyse te betrekken, concludeert de auteur op welke
    punten de laat-achttiende- en negentiende-eeuwse werken continuïteit dan wel verandering
    vertegenwoordigden. Een expliciete vergelijking, door het hele boek heen, betreft het genderelement:
    welk beeld hadden de bestudeerde auteurs van (jonge) mannen en vrouwen en waarin
    verschilden hun adviezen aan de ene of de andere sexe? Een derde belangrijke invalshoek
    betreft de uitgebreide aandacht voor vormelementen in de bestudeerde literatuur. Hier draait
    het om contrasten en beeldspraken, om morele intonaties en half verborgen strategieën teneinde
    de boodschap aan de man en aan de vrouw te brengen.Wat leveren deze drie invalshoeken
    op?
    Recensies 617
    Uit de vergelijking met de adviesliteratuur van de vroeg-moderne periode komt veel continuïteit
    naar voren. Nog steeds zien de adviseurs het huwelijk als een huiselijk en affectief
    partnerschap; nog steeds propageren zij een hiërarchie waarin de man weliswaar de baas is
    maar zijn vrouw respecteert; nog immer is het fout wanneer sexuele aantrekkingskracht de
    primaire basis van de partnerkeuze vormt; als altijd dienen kleinburgerlijke gezinnen de tering
    naar de nering te zetten en zijn ondeugden als kroegbezoek, voor gehuwden en ongehuwden,
    uit den boze. De continuïteit is het grootst bij de adviesboeken van protestantse en katholieke
    signatuur (in het laatste geval een continuïteit vanuit Europees perspectief; ook vertalingen
    zijn in de analyse betrokken). Het belangrijkste nieuwe element is met name zichtbaar bij de
    vrijzinnige auteurs. Zij zagen jongvolwassenen, mannen en vrouwen, als zelfstandige personen,
    die aan niemand formeel rekenschap verschuldigd waren. De partnerkeuze bijvoorbeeld
    lieten deze auteurs geheel aan de jongelui zelf, zonder enige ouderlijke inbreng. Voorts gunden
    zij vrouwen een iets grotere verantwoordelijkheid voor het huishouden dan hun vroegmoderne
    voorgangers hadden gedaan. De vrouw was autonoom binnen haar eigen sfeer, maar ze diende
    wel financiële verantwoording aan haar echtgenoot af te leggen. Nieuw tenslotte was de notie
    dat het voeren van een deugdzame en spaarzame huishouding bijdraagt aan de welvaart van de
    samenleving als geheel. Hier verwoordden de Verlichte auteurs een bescheiden mate van
    secularisering, waar de vroegmoderne gezinsmoralisten uitsluitend vanuit een christelijke doelstelling
    redeneerden en de orthodoxe en katholieke auteurs in de negentiende eeuw zulks bleven
    doen.
    Wat het genderonderscheid betreft, vallen naast verschillen de overeenkomsten op. Natuurlijk
    hebben de auteurs een onderscheiden beeld van mannen en vrouwen en een duidelijke
    visie op de sexerollen, waarin het traditionele rollenpatroon grotendeels gehandhaafd blijft.
    Mannen horen actiever dan vrouwen te zijn: een man doet de eerste stap die tot verkering kan
    leiden en de vrouw gaat daar al dan niet op in. Maar waar het de behandelde thema's betreft, de
    stappen die jonge vrouwen en mannen moeten zetten op het pad naar volwassenheid, loopt de
    adviesliteratuur voor beide sexen parallel. Mannen en vrouwen dienen het pad der deugd te
    bewandelen, zich niet door verkeerde vrienden of kennissen te laten afleiden, zich te vormen
    tot verantwoordelijke personen. Sociaal verkeer, het indelen van de tijd, partnerkeuze, verkering
    en het huishouden zijn thema's die zowel mannen als vrouwen aangaan. Van Tilburg
    concludeert vervolgens dat de sexeverschillen vooral tot uiting komen in de vorm en structuur
    van de adviesliteratuur. Zo verpakken auteurs die zich tot jonge vrouwen richten hun adviezen
    vaker in verhalen over gefingeerde personen. Voorts kennen de voor mannen bestemde werken
    een strakkere opbouw, terwijl die voor vrouwen een weinig samenhangende presentatie vertonen.
    Aan dit punt hecht Van Tilburg veel belang.
    Daarmee belanden we bij de analyse van de vormaspecten, die Van Tilburgs eigen boekindeling
    structureert. Tussen inleiding en conclusie liggen zes empirische hoofdstukken, aangaande
    de inhoud van huwelijksgidsen; de inhoud van adviesboeken voor jongvolwassenen;
    de stijl van deze werken voorzover ze zich tot mannen richten; de stijl van deze werken voorzover
    ze zich tot vrouwen richten; de regels over sexualiteit; de verwoording van die regels.
    De grote aandacht voor vorm en stijl krijgt in de inleiding een theoretische fundering, maar
    deze is onbevredigend. Volgens de auteur ligt het verschil tussen de structuralistische en de
    poststructuralistische tekstwetenschap in het feit dat de laatste aan begrippen geen eenduidige
    betekenis toekent. Dit verschil in uitgangspunt leidt, gezien Van Tilburgs weergave, kennelijk
    niet tot een verschil in methode. Ook verzuimt de auteur te melden welke van de identiek
    lijkende methodes zij volgt. Dat laatste maakt weinig uit, want de stijlanalyse is ook zonder
    vertrouwdheid met filosofisch jargon goed te volgen. Wel maakt de opeenvolgende aandacht
    618 Recensies
    voor inhoud en vorm van de bronnen het boek nogal repetitief en minder opwindend voor de
    lezer die niet wakker ligt van de vraag of de auteurs zich van metonymie dan wel analogie
    bedienden. Bovendien kan men zich afvragen waarom sommige aspecten, zoals de nadruk op
    de zelfstandigheid van jongeren, bij de vorm worden ingedeeld. Behoort die notie van zelfstandigheid
    niet tot de ideologie van de auteurs? Volgens van Tilburg vormde ze een stijlmiddel
    om jongeren een besef van verantwoordelijkheid bij te brengen. Met deze opvoedende
    imperatief legden de auteurs hun regels dwingend aan de lezers op.
    Van Tilburg heeft een helder geschreven pr

    Period1-Dec-2000

    Media coverage

    1

    Media coverage

    • TitleHoe hoorde het? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur, 1780-1890
      Date01/12/2000
      PersonsMaria Tilburg, van

    Keywords

    • Adviesliteratuur
    • Gender
    • Adolescentie
    • Burgerij