Case note: ECLI:NL:HR:2021:1994

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

10 Downloads (Pure)

Abstract

In dit arrest oordeelt de Hoge Raad dat de aard van een boedelvordering als onmiddellijke aanspraak op de boedel meebrengt dat ook de met de boedelvordering verbonden verplichting tot betaling van vertragingsrente moet worden aangemerkt als boedelschuld. Dit vormt een indicatie dat het Koot Beheer/Tideman q.q.-criterium niet op uitputtende wijze de kwalificatie van boedelschulden reguleert. Daarnaast oordeelt hij dat indien in afwijking van de wettelijke (handels)rente contractuele rente is afgesproken, deze contractuele rente over de huurboedelschuld verschuldigd is. Deze uitkomst, die voortvloeit uit het uitgangspunt dat het faillissement geen verandering brengt in bestaande overeenkomsten, is minder vanzelfsprekend dan zij lijkt.
Original languageDutch
Article numberTvI 2022/11
Pages (from-to)74-79
Number of pages6
JournalTijdschrift voor Insolventierecht
Volume28
Issue number2
Publication statusPublished - Feb-2022

Court cases

CourtHoge Raad (Civiele kamer)
Date of judgement24/12/2021
ECLI IDECLI:NL:HR:2021:1994
Case number20/01556

Cite this