TY - JOUR
T1 - Case note: ECLI:NL:RVS:2014:62 (Judiciële lus - Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier)
T2 - JM 2014/44
AU - Hoogstra, Nicole
AU - Tolsma, Hanna
N1 - Oorspronkelijke serie:
Jurisprudentie Milieurecht vol: 2014 no: 4
case no: ECLI:NL:RVS:2014:62
PY - 2014
Y1 - 2014
N2 - Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen het Hoogheemraadschap afgewezen. Het verzoek was er onder meer op gericht dat het Hoogheemraadschap zou worden gelast de watergang Kil/Ringsloot wat de breedte betreft in overeenstemming te brengen met de legger. Ter zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat de legger, anders dan waarvan het college in het besluit van 13 maart 2012 is uitgegaan, niet van toepassing is op de watergang. Het besluit van 13 maart 2012 is derhalve in strijd met artikel 3:2 Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust in strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb niet op een deugdelijke motivering. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 13 maart 2012 alsnog gegrond verklaren en het besluit wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, Awb vernietigen. Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling tevens aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het door het college te nemen nieuwe besluit op bezwaar slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
AB - Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen het Hoogheemraadschap afgewezen. Het verzoek was er onder meer op gericht dat het Hoogheemraadschap zou worden gelast de watergang Kil/Ringsloot wat de breedte betreft in overeenstemming te brengen met de legger. Ter zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat de legger, anders dan waarvan het college in het besluit van 13 maart 2012 is uitgegaan, niet van toepassing is op de watergang. Het besluit van 13 maart 2012 is derhalve in strijd met artikel 3:2 Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust in strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb niet op een deugdelijke motivering. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 13 maart 2012 alsnog gegrond verklaren en het besluit wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, Awb vernietigen. Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling tevens aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het door het college te nemen nieuwe besluit op bezwaar slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
M3 - Case note
SN - 1387-1277
VL - 2014
JO - Jurisprudentie Milieurecht
JF - Jurisprudentie Milieurecht
IS - 4
M1 - JM 2014/44
ER -