Onderwerp van geschil in de onderhavige uitspraak is de door de burgemeester van Oldambt verleende vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal en het aldaar hebben van speelautomaten. Nadat het door een derde-belanghebbende ingediende beroep door de rechtbank gegrond is verklaard, heeft de vergunninghouder tijdig hoger beroep aangetekend. Buiten de termijn voor het indienen van hoger beroep heeft de burgemeester een geschrift ingediend waarin hij te kennen heeft gegeven geen gebruik te willen maken van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen en dat hij incidenteel hoger beroep instelt. De Afdeling ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de brief van de burgemeester kan worden aangemerkt als incidenteel appèl in de zin van art. 8:110 Awb. De Afdeling komt tot de conclusie dat dit niet het geval is nu de gronden van de burgemeester er slechts toe stellen adhesie te betuigen aan de gronden van vergunninghouder en er slechts blijk van geven dat de burgemeester wil bereiken dat het hoger beroep van vergunninghouder slaagt. Dat de burgemeester in dat geval in een gunstiger positie komt te verkeren ten opzichte van de positie waarin hij na de uitspraak van de rechtbank verkeerde, is een gevolg dat ook zou ontstaan zonder het instellen van incidenteel hoger beroep. Het instellen van incidenteel hoger beroep beïnvloedt derhalve in zoverre niet de processuele positie van de burgemeester in hoger beroep. De brief van de burgemeester kan derhalve niet worden aangemerkt als een incidenteel hoger beroepschrift in de zin van artikel 8:110, lid 1, Awb.
| Original language | Dutch |
|---|
| Article number | JM 2014/43 |
|---|
| Journal | Jurisprudentie Milieurecht |
|---|
| Volume | 2014 |
|---|
| Issue number | 4 |
|---|
| Publication status | Published - 2014 |
|---|
| Court | Raad van State |
|---|
| Date of judgement | 26/02/2014 |
|---|
| ECLI ID | ECLI:NL:RVS:2014:681 |
|---|
| Case number | 4 |
|---|