Abstract
Welke invloed heeft insolventie van een vennootschap op de corporate governance van het bestuur? De vraag wordt beantwoord aan de hand van de verschillende levensfasen van de vennootschap. In abstracto verandert er niet zoveel: het bestuur dient zich te richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming, rekening houdend met de belangen van de stakeholders. Ook in insolventiesituaties komt dit in de regel neer op het streven naar waardecreatie op de lange termijn, maar om daar te geraken zullen kortetermijnmaatregelen nodig zijn. Het bestuur kan en moet gebruikmaken van de mogelijkheden die het Nederlandse recht biedt, van ‘gewoon’ contract, WHOA, pre-pack tot faillissement. Het bestuur houdt veel vrijheid, maar moet zich er op enig punt op deze escalatieladder rekenschap van geven dat de stakeholders achter de vennootschap en de onderneming wisselen. Beklamel, het leerstuk van de selectieve betaling en andere regels die de verhaalsmogelijkheden van de schuldeisers beschermen, limiteren de ruimte van het bestuur.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | 2021/121 |
| Pages (from-to) | 748-758 |
| Number of pages | 11 |
| Journal | Ondernemingsrecht |
| Volume | 2021 |
| Issue number | 16 |
| Publication status | Published - 19-Oct-2021 |