De beteekenis van het antivirus van Besredka in de heelkunde. Een klinisch-experimenteele studie

Samuel Alexander Klein

Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)

86 Downloads (Pure)

Abstract

Overzien wij de literatuur, welke naar aanleiding van Besredka's antivirus-theorie is ontstaan, dan treffen wij onder de zeer vele uiteenloopende meeningen en opvattingen één feit aan, waaromtrent het meerendeel van de onderzoekers eenzelfde zienswijze is toegedaan en wel dit feit, dat de werking van het antivirus in vivo en in vitro niet dezelfde is. Ofschoon alle schrijvers het er over eens zijn, dat een werking in vivo ongetwijfeld aanwezig is, loopen de verschillende pogingen tot verklaring van dit verschijnsel nogal uiteen. Een grootte groep van onderzoekers schrijft deze werking toe aan een niet-specifieke protoplasma-activeering, terwijl anderen daarentegen naast dezen onspecifieken nog een onbekenden, volgens sommigen specifieken factor meenen te kunnen aantoonen. Deze laatste factor zou dan bestaan, hetzij in een prikkeling te voorschijn geroepen door de aanwezige toxinen, hetzij in een plaatselijke antigeenwerking. ... Zie: Hoofdstuk 4
Original languageDutch
QualificationDoctor of Philosophy
Supervisors/Advisors
  • Michaël, Pieter Roelof, Supervisor, External person
Award date11-Jul-1934
Place of PublicationGroningen
Publisher
Publication statusPublished - 1934

Cite this