De Bund-theorie en het Wightman-arrest: Soevereiniteit als paradox of contradictie

Michiel Duchateau, Herman Hoogers

Research output: Contribution to journalArticleAcademicpeer-review

Abstract

Als de EU een autonome en constitutionele rechtsorde is, kunnen de lidstaten dan nog wel soeverein zijn? Dit van oorsprong Amerikaanse debat, dat vanaf de late negentiende eeuw via Duitsland Europa bereikte, is tot een voorlopig einde gekomen door de Bund-theorie van Schmitt, die hij in het derde deel van zijn Verfassungslehre uiteenzet: zolang de existentiële vraag naar de locus van soevereiniteit onbeantwoord blijft kan dat. In het debat over de aard van de EU is ook deze kwestie echter weer opgeleefd, met name vanuit het perspectief van het zogeheten constitutioneel pluralisme. In deze beschouwing staan wij stil bij het Wightman-arrest van het Europese Hof van Justitie, waarin dit Hof op een onnavolgbare wijze de autonomie van de Europese rechtsorde en de soevereiniteit van de lidstaten met elkaar combineert. Wij betogen dat deze uitspraak theoretisch onmogelijk lijkt, maar vanuit Schmitts Bund-theorie toch geduid kan worden.
Original languageDutch
Pages (from-to)186-195
Number of pages10
JournalChroniques de droit public / Publiekrechtelijke kronieken
Volume24
Issue number3-4
Publication statusPublished - 2020

Cite this