De invloed van externe budgetparameters op de interne budgettering van academische ziekenhuizen: verklaringen voor verschillen in budgetteringssystemen en hun effecten

    Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)

    9290 Downloads (Pure)

    Abstract

    Welke factoren beïnvloeden de toepassing van externe budgetparameters in de interne budgettering van academische ziekenhuizen en welke effecten heeft het gebruik van interne budgetten? Dat is de hoofdvraag van deze studie. Externe budgetparameters zijn parameters die de hoogte van het totale ziekenhuisbudget bepalen. In het bekostigingsstelsel van de functiegerichte budgettering (FB) zoals dat de afgelopen jaren van kracht is geweest (en voor een belangrijk deel nog is, zie verder) worden deze parameters vastgesteld door de overheid. Ze bestaan voor wat betreft het (variabele) productiegebonden deel van het budget uit gewogen opnamen, verpleegdagen, dagverplegingen, gewogen 1e polikliniekbezoeken en specifieke verrichtingen voor de reguliere (routinematige) zorg, alsmede uit zogenaamde topklinische (hooggespecialiseerde) verrichtingen. De mate waarin deze parameters (volume en prijs) een rol spelen bij het bepalen van de hoogte van interne budgetten op verschillende organisatieniveaus (divisies, afdelingen) is in het onderzoek aangeduid als de mate van koppeling (tussen het externe en interne budget). Met de beantwoording van bovengenoemde vraag wil dit onderzoek nagaan of de in de wetenschappelijke literatuur veronderstelde verbanden tussen budgetteringssystemen, doelstellingen, contextuele variabelen en het gebruik van budgetten ook daadwerkelijk opgeld doen. In het verlengde hiervan is een belangrijk doel van deze studie een bijdrage te leveren aan de besturing van academische ziekenhuizen in het bijzonder en ziekenhuizen meer in het algemeen: welke rol zouden externe budgetparameters (volume en prijs) kunnen spelen bij het bepalen van de hoogte van interne budgetten op verschillende organisatieniveaus (divisies, afdelingen)? Deze vraag is met name van belang tegen de achtergrond van ingrijpende veranderingen in de externe budgettering van ziekenhuizen per 1 januari 2005. Diagnose-behandeling-combinaties (DBC’s) krijgen als nieuwe producttyperingen van de ziekenhuiszorg vanaf dat moment via een stapsgewijze invoering meer invloed op het externe budget: ze zullen de hiervoor genoemde FB-parameters gaan vervangen. Het roept de vraag op wat voor invloed DBC’s zullen hebben op de toegepaste interne budgetteringssystemen binnen academische ziekenhuizen en de effecten ervan. Aangezien DBC’s bij de aanvang van het onderzoek betrekking hebben op de toekomstige bekostiging van de zorg, heeft het onderzoek zich wat betreft de mate van koppeling vooral toegespitst op de vigerende FB-parameters en zich wat betreft de DBC’s beperkt tot de inventarisatie van voornemens en verwachtingen. Om de bovengenoemde hoofdvraag te beantwoorden is een theoretisch raamwerk ontwikkeld waarbij de contingentietheorie als vertrekpunt is genomen. Er zijn verbanden verondersteld tussen interne budgetteringssystemen (onderscheiden naar verschillen in de mate van koppeling), de invloed van doelstellingen en andere (contingente) factoren op de vormgeving van die systemen, de wijze van gebruik van interne budgetten (= de mate waarin door de budgetgever wordt vastgehouden aan het realiseren van het afgesproken plan) en de effecten ervan. Tevens is in dat raamwerk de invloed van andere vormen van management control op de vormgeving en het gebruik van interne budgetteringssystemen betrokken vanuit de veronderstelling dat verschillende systemen elkaar kunnen aanvullen of elkaars substituten kunnen zijn. Binnen het onderzoek is een nadrukkelijke plaats ingeruimd voor de contingente factor technologie en haar invloed op het interne budgetteringssysteem binnen academische ziekenhuizen. De vraag is gesteld in hoeverre de mate van taakonzekerheid van een specialisme (afdeling) zich leent voor het wel of niet budgetteren ervan met een rekenkundig systeem door het besturingsniveau daarboven. De mate van taakonzekerheid wordt vastgesteld op basis van het aantal uitzonderingen in taken en de analyseerbaarheid ervan. De verwachte samenhang tussen deze en andere concepten in het theoretisch raamwerk heeft geleid tot de formulering van diverse veronderstellingen die op hun houdbaarheid zijn onderzocht. Het doel van het onderzoek kenmerkt zich door het verklaren van een complex fenomeen binnen een specifieke organisatiecontext met behulp van bestaande theorie, alsook op het ontdekken van nieuwe variabelen en verbanden. De meest geëigende methode om dit type onderzoek te verrichten is veldonderzoek waarbij informatie wordt verzameld door middel van interviews met betrokkenen in de praktijk en door middel van documentanalyse. Het veldonderzoek is in twee fasen uitgevoerd. In een eerste inventariserende fase is door middel van een ‘compleet’ veldonderzoek bij alle acht academische ziekenhuizen nagegaan welke rol deze organisaties toekennen aan externe budgetparameters bij het bepalen van interne budgetten. Deze inventarisatie is toegesneden op de budgettering van divisies door de Raad van Bestuur (RvB) vanuit de invalshoek dat het externe budget op ziekenhuisniveau wordt bepaald en deze middelen intern top-down worden toebedeeld aan divisies. Een verdiepende analyse van de onderzoeksthema's heeft in een tweede onderzoeksfase plaatsgevonden door middel van een gevalsstudie bij één ziekenhuis. Aangezien de onderzoeksthema's met name ook geïdentificeerd kunnen worden op afdelingsniveau (zoals de invloed van taakonzekerheid) is het accent gelegd op de budgettering van afdelingen door divisies. Geselecteerd is een ziekenhuis dat bij de budgettering van divisies door de RvB een sterke mate van koppeling toepast, teneinde koppeling bij de budgettering van afdelingen door divisies als relevante budgetteringswijze mogelijk te maken. Binnen dat ziekenhuis zijn twee divisies (die als centra worden aangeduid) in beschouwing genomen die hun afdelingen op een sterk verschillende wijze budgetteren: de één past net als de RvB een sterke mate van koppeling toe, terwijl de ander dat juist niet doet. Binnen elk centrum zijn twee afdelingen geselecteerd die zich naar verwachting van elkaar onderscheiden wat betreft de aard van hun productie en de daaruit voortkomende veronderstelde verschillen in taakonzekerheid. Dat heeft geleid tot een keuze voor de afdelingen Oogheelkunde (verwachting taakzeker) en Neurologie (verwachting taakonzeker) van centrum A en de afdelingen Orthopedie (verwachting taakzeker) en Cardiologie (verwachting taakonzeker) van centrum B. Binnen elk centrum zijn de relaties van het theoretisch raamwerk onderzocht.
    Original languageDutch
    QualificationDoctor of Philosophy
    Awarding Institution
    • University of Groningen
    Supervisors/Advisors
    • van Helden, Jan, Supervisor
    • Kooistra, Jeltje, Supervisor
    Award date1-Sep-2005
    Publisher
    Print ISBNs9053350632
    Publication statusPublished - 2005

    Cite this