De verandering in het ureum- en chloridegehalte van het bloed na operatie.

Johannes Antonie Brons

Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)

Abstract

Het bloed en de urine van ruim honderd patienten werden voor en na operatie op een aantal stoffen onderzocht. Hierbij bleek, dat na operatie een aantal verschijnselen vrij constant voorkwamen; de voornaamste hiervan zijn: stijging van het ureumgehalte en daling van het chloridegehalte van het bloed (bIz. 40). Deze twee verschijnselen bleken onafhankelijk van eikaar te zijn. In het algemeen functioneerden de nieren na operatie krachtiger (bIz. 55), behoudens soms een kortstondige nierfunctiestoornis onmiddellijk na operatie (bIz. 58). In dit verband werd de urea clearance van VAN SL YKE besproken, waarbij bleek, dat in vele gevallen deze formule niet toegepast mag worden, terwijl in de andere gevallen men bedenken moet, dat de urea clearance slechts de actueele, en niet de potentieele nierfunctie aangeeft. Ret bleek onjuist te zijn, uit een normaal chloridegehalte van de rine de conclusie te trekken, dat het chloridegehalte van het plasma niet sterk verlaagd is (bIz. 81). Ais hoofdoorzaken van de hypochloraemie werden gevonden: vermeerderd verlies en verminderde opname van chloride (bIz. 105). De oorzaken van de verhooging van het bloedureumgehalte werden samengevat in hoofdst. IX (bIz. 105). Tot slot werd betoogd, dat de prophylaxe en therapie van de bloedureumstijging na operatie voornamelijk bestaat uit de zorg voor voldoende vochtopname.
Original languageDutch
QualificationDoctor of Philosophy
Award date16-Apr-1937
Place of PublicationGroningen
Publisher
Publication statusPublished - 1937

Cite this