De zin en onzin van fair value in de jaarrekening: de zoektocht naar natuurlijke breuklijnen in het historische kostprijsoppervlak

    Research output: Book/ReportInaugural speech

    355 Downloads (Pure)

    Abstract

    Ter Hoeven stelt dat fair value in de regelgeving van de International Accounting Standards Board (IASB) is ingevoerd zonder een onderliggende theoretische onderbouwing. Dit heeft geleid tot inconsistenties in de wijze waarop de fair value moet worden bepaald. “Het is onbegrijpelijk dat pas recentelijk door de IASB een aanzet is gemaakt om het Conceptual Framework op dit gebied uit te breiden. Dat had feitelijk al moeten gebeuren voordat fair value een belangrijke plaats kreeg als waarderingsgrondslag”, aldus Ter Hoeven. Startend vanuit een historische kostprijsbasis worden in de rede drie breuklijnen gedefinieerd die een overgang markeren van historische kostprijs of vervangingswaarde naar fair value. Bij een commitment van het management tot verkoop van het actief (1), bij zelfstandige vruchtdragers zoals effecten- en vastgoedbeleggingen (2) en bij een verifieerbare toepassing van fair value als interne performance-maatstaf (3) acht Ter Hoeven fair value als grondslag nuttig voor de externe verslaggeving. Met betrekking bedrijfsgebonden specifieke activa en de meeste schuldposities leidt fair value tot onnutte of onzinnige informatie omdat hetzij subjectiviteit een grote rol speelt, hetzij onterecht wordt afgeweken van de door de IASB gestelde conceptuele uitgangspunten, hetzij de informatie een tegengesteld beeld geeft ten opzichte van de werkelijke prestaties van de onderneming.
    Original languageDutch
    Place of PublicationGroningen
    PublisherRijksuniversiteit Groningen
    Number of pages61
    ISBN (Print)9789036726795
    Publication statusPublished - 2006

    Cite this