Abstract
Lodewijk Meijer stelt dat de functie van de aristotelische tragedie kon worden geoptimaliseerd door niet te streven naar een spirituele loutering van de toeschouwers, maar naar een bewustwordingsproces, waarin men de uitwerking van de hartstochten op het eigen lichaam leerde begrijpen. Volgens Meijer was toneelbezoek daarmee een didactisch in plaats van een spiritueel proces. Lodewijk Meijer beschrijft de werking van toneel in Onderwys in de tooneel-poëzy als een bewust en cognitief proces in termen van Spinoza’s ethiek van affect. Zijn visie is genuanceerder dan Koppenols strikte tweedeling tussen de onbewuste of passieve (vermaak) en bewuste of actieve (nut) beleving van toneel door de toeschouwers. Hij stelt dat de toeschouwers op de door het toneel opgewekte hartstochten moeten reflecteren, waarbij ze kennis opdoen over hun eigen onderhevigheid aan deze krachten. Door de toeschouwers de hartstochten bewust te laten ervaren, zullen ze deze beter leren beheersen.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Title of host publication | Spinoza en zijn kring |
| Subtitle of host publication | een balans van veertig jaar onderzoek |
| Place of Publication | Rijnsburg |
| Publisher | Uitgeverij Spinozahuis |
| Pages | 96-105 |
| ISBN (Print) | 9789490250263 |
| Publication status | Published - 2019 |