Een ontaarde bevoegdheid: Het lichte bevel van artikel 172 lid 3 Gemeentewet

Research output: Contribution to journalArticleAcademicpeer-review

1484 Downloads (Pure)

Abstract

Openbare orde is het resultaat van de naleving van rechtsregels die zien op hoe burgers zich ten opzichte van elkaar en ten opzichte van goederen fysiek hebben te gedragen in de publieke ruimte. Conformeren burgers zich in hun gedrag aan deze rechtsregels, dan heerst er orde zoals wij die publiekrechtelijk met elkaar zijn overeengekomen. De politie zorgt voor de feitelijke handhaving van die openbare orde. Dat doet zij onder het gezag van de burgemeester. De bevoegdheden die direct samenhangen met dit eenhoofdig gezag van de burgemeester over de politie die de orde door feitelijk handelen handhaaft, worden van oudsher gezien als de klassieke openbare-ordebevoegdheden. Art. 5:23 Awb spreekt van de onmiddellijke handhaving van de openbare orde. Zij kent twee componenten: feitelijk handelen van de politie onder leiding van de burgemeester en hiermee verband houdende specifieke rechtshandelingen van de burgemeester. Het gaat hierbij om de uitoefening van bevelsbevoegdheden alsmede zijn bevoegdheid om een noodverordening op te stellen. Met de lichte bevelsbevoegdheid van art. 172 lid 3 Gemw kan de burgemeester – uitsluitend ter onverwijlde reactie op een zich plotsklaps voordoend actueel en concreet gevaar – tijdelijk de inhoud van het recht veranderen bij een zich plotsklaps voordoende actuele en concrete verstoring van de openbare orde dan wel ernstige vrees hiervoor. Een bevel dat vier weken na een incident met een bijtgrage hond aan de eigenaar wordt gegeven, voldoet niet aan deze voorwaarden. Van een onmiddellijkheidssituatie is dan al lang geen sprake meer en derhalve dient de
burgemeester gewoon de plaatselijke verordening toe te passen, ook al voorziet die slechts in een aanlijn- en muilkorfgebod. Naast de toepassingsvoorwaarden gelden er ook eisen voor de inhoud van het bevel. Het bevel dient de feitelijke handhaving van de openbare orde te faciliteren. Het bevel kan niet volledig loszingen van de norm die de burgemeester wenst te handhaven. Onmiddellijk na een bijtincident kan een agressieve hond in beslag worden genomen, ofwel door de opsporingsambtenaar op basis zijn bevoegdheid in art. 3 PolW om de openbare orde te handhaven, ofwel in opdracht van de burgemeester. Het bevel om vervolgens de hond ook nog te laten keuren en bij gebleken non-resocialiseerbaarheid te laten inslapen – beide op kosten van de eigenaar – heeft weinig meer van doen met de feitelijke handhaving van de openbare orde. Voor inbeslagname en kostenverhaal bestaat een speciale met veel meer waarborgen omgeven afdeling in de Algemene wet bestuursrecht. De burgemeester kan de lichte bevelsbevoegdheid niet aanwenden om wanneer die bepalingen niet passen op een casus, zelf als pseudowetgever te gaan optreden. Ons rechtssysteem in het algemeen en het systeem van het openbare-orderecht in het bijzonder stelt heel duidelijk grenzen aan de inzet van de lichte bevelsbevoegdheid alsmede de inhoud van de bevelen: de maatregelen. De zwakke democratische legitimatie alsmede de beperkte voorzienbaarheid van de lichte bevelen vormen redenen om strenge eisen te stellen aan de inhoud van de op basis van deze bevoegdheid getroffen maatregelen. Doet men dit niet, dan kunnen we het openbare-orderecht reduceren tot deze ene bepaling.
Original languageDutch
Article numberGst. 2015/59
Pages (from-to)310-317
Number of pages8
JournalDe Gemeentestem
Volume2015
Issue number7423
Publication statusPublished - 10-Jul-2015

Cite this