Abstract
Zowel burgemeesters als commissarissen van de Koning hebben sinds 2016 expliciete wettelijke taken ter bevordering van de bestuurlijke integriteit van gemeenten. Om aan deze taak in de praktijk invulling te geven, heeft de commissaris twee concrete bevoegdheden: hij mag alle vergaderingen van het gemeentebestuur bijwonen en kennisnemen van alle documenten waarover het gemeentebestuur beschikt en waarvan naar zijn redelijk oordeel kennisneming voor het vervullen van zijn taak nodig is. De burgemeester heeft geen concrete bevoegdheden om zijn integriteitsbevorderende rol te vervullen. Tijdens de consultatiefase van de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is door onder andere de Vereniging voor Raadsleden en de Vereniging voor Griffiers de vraag opgeworpen of de bevoegdheden van de commissaris niet in strijd zijn met de uitgangspunten van het stelsel van interbestuurlijk toezicht. In dit artikel betoog ik dat de wetgever bewust niet heeft gekozen voor een vorm van interbestuurlijk toezicht, maar dat het wel wenselijk zou zijn een aantal waarborgen van dit systeem van toepassing te laten zijn bij integriteitstoezicht door de commissaris van de Koning.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | Gst. 2024/49 |
| Pages (from-to) | 234-241 |
| Number of pages | 8 |
| Journal | De Gemeentestem |
| Volume | 2024 |
| Issue number | 7574 |
| Publication status | Published - 22-May-2024 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver