Het Objectiviteitsbeginsel in de oudste Grieksche ethiek

Libbe Gerrit van der Wal

Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)

111 Downloads (Pure)

Abstract

De prolegomena voor de hier geboden studie over 'Het Objectiviteitsbeginsel in de oudste Grieksche ethiek' kunnen kort zijn: zij hebben uiteen te zetten, wat het objectiviteitsbeginsel is, wat wij zullen verstaan onder 'Grieksche ethiek', en tenslotte, in welke zin er sprake kan zijn van een verbinding dezer beide begrippen, zooals de titel die aangeeft. Wanneer iemand ons, nadat wij een daad van opofferende menschenliefde hebben beoordeeld als 'goed' als 'slecht' daarentegen een, die getuigt van een niets ontziende zelfzucht, verrast met de vraag, wàt dan toch eigenlijk goed is en wat slecht, dan staan wij tegenover dit grondprobleem der ethiek als de sophisten tegenover Sokrates telkens herhaalde vraag naar het wezen der deugd: onbeholpen, en zoo de ander zich al tevreden stelt met ons antwoord, wij zelf behouden het beschamend gevoel, dat wij, daareven nog zoo zeker in ons oordeel, zoo vast overtuigd van ons gelijk, toch blijkbaar slechts woorden hebben gebruikt, waarvan de diepste beteekenis ons zelf ontgaat. ... Zie: Inleiding.
Original languageDutch
QualificationDoctor of Philosophy
Supervisors/Advisors
  • Polak, P., Supervisor, External person
Award date13-Jul-1934
Place of PublicationGroningen
Publisher
Publication statusPublished - 1934

Cite this