Milieu, stiefkindje van het lokale gezondheidsbeleid? Eerste ervaringen met de gemeentelijke nota’s volksgezondheid ingevolge de Wet Collectieve Preventie.

  • Nynke Halbesma
  • , Maureen Butter. Maureen E.

    Research output: Working paperAcademic

    228 Downloads (Pure)

    Abstract

    Vanaf 1 juli 2003 zijn gemeenten verplicht een Nota Lokaal Gezondheidsbeleid te hebben vastgesteld. Dit is een uitvloeisel van een aantal beleidsveranderingen op internationaal en nationaal niveau. Op internationaal niveau is tijdens ministersconferenties besloten dat ieder land een National Environmental Health and Action Plan (NEHAP) en Local Environmental Health and Action plannen (LEHAP) moet ontwikkelen. In Nederland is er na bemoeienis van enkele milieuorganisaties een invulling voor het nationale plan gekomen, de VWS/VROM nota ‘Gezondheid en Milieu: een opmaat voor een beleidsversterking’. De acties die bedoeld zijn om de beleidsterreinen gezondheid en milieu te versterken zijn uitgewerkt in het hierbij horende ‘Actieprogramma Gezondheid en Milieu’. Als invulling voor de lokale actieplannen zijn de Nota’s Lokaal Gezondheidsbeleid aangewezen als één van de twee bestuurlijke kaders, waarin de lokale actieplannen vorm moeten krijgen. Het Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu (MNGM) heeft de Biologiewinkel ongeveer een jaar voordat gemeenten verplicht zijn een nota te hebben vastgesteld, verzocht een inventarisatie van de stand van zaken te maken. De nadruk bij deze beoordeling zou moeten liggen op de kwaliteit van deze nota’s t.a.v. milieu en het aspect burgerparticipatie. De volgende vraag staat in dit rapport centraal: In hoeverre voldoen de nota's aan de eisen, die men aan een lokaal actieplan gezondheid en milieu mag stellen? Om deze vraag te beantwoorden zijn vier onderdelen van 22 nota’s van in totaal ongeveer 30 gemeenten beoordeeld namelijk; het milieugehalte, het proces, de data en onderbouwing en het actiegehalte. Het betreft nota's, die een jaar voor de verplichte ingangsdatum reeds in een vergevorderd stadium waren, merendeels van gemeenten, die positief reageerden op het verzoek van het MNGM om commentaar te mogen leveren op de nota's. Ter controle van de representativiteit van de nota's voor alle circa 500 gemeenten, is een beperkte telefonische enquete gehouden onder gemeenten, die niet gereageerd hebben. Daaruit bleek, dat de onderzochte 22 nota's toch echt als voorlopers en 'de besten uit de klas' beschouwd moeten worden, zeker ten aanzien van het aspect burgerparticipatie. Het milieugehalte: De aandacht voor de invloed van milieufactoren op gezondheid is in de meeste nota's ver beneden de maat slechts 30% van de nota’s krijgt in deze beoordeling een voldoende voor het milieugehalte. Het gemiddelde 'rapportcijfer' voor dit onderdeel was een 3. De meeste aandacht werd nog besteed aan binnenmilieu, externe veiligheid, hygiëne in openbare gebouwen, verkeer en geluidsoverlast. Het proces: Het proces is in 60% van de nota’s met een voldoende beoordeeld. Het gemiddelde 'rapportcijfer' was een 6. Bij het opstellen van de nota’s zijn meestal meerdere partijen betrokken geweest. Veel gemeenten zijn in een vroeg stadium een samenwerkingsverband met andere gemeenten aangegaan. Tijdens een samenwerking is er vaak gezamenlijk een nota opgesteld waarna gemeenten de nota hebben aangevuld met lokale gegevens, knelpunten en daarbij horende acties. Enkele gemeenten zijn geen samenwerking aangegaan maar hebben de nota zelf opgesteld, dit is meestal het geval geweest bij de wat grotere, stedelijke gemeenten. Regionale samenwerking kan een meerwaarde opleveren, maar zou er ook toe kunnen leiden, dat aan de specifieke, lokale invulling onvoldoende aandacht wordt besteed. Van groter belang is het voeren van facetbeleid. De meeste nota's schieten op dit punt tekort, of zijn er zeer onduidelijk over. Van samenwerking met de gemeentelijke en provinciale milieudiensten is slechts in een zeer beperkt aantal nota's spraken. Bij het opstellen van de nota’s zijn meestal meerdere partijen betrokken geweest, meestal beperkt tot de gezondheidssector zelf. Naast de gemeente heeft de GGD vaak een rol gespeeld en vaak zijn partijen op het gebied van de gezondheidszorg betrokken geweest. De taak die deze partijen hebben gespeeld verschilt per gemeente, bij een aantal gemeenten is de GGD nauw bij het opstellen van de nota betrokken geweest terwijl in andere gemeenten de taak beperkt was tot het leveren van gezondheidsgegevens en de verplichte uitvoering van een aantal taken. Ook de mate van betrokkenheid van de partijen uit het veld is heel verschillend; in enkele gemeenten zijn deze partijen nauw bij het opstellen van het beleid betrokken geweest, terwijl bij andere gemeenten alleen de mening van deze partijen gepeild is door middel van schriftelijk commentaar op een concept nota. Slechts bij een paar nota's zijn milieugroepen of organisaties geraadpleegd. Burgers en bewonersgroepen worden meestal niet direct bij het totstandkomen van de nota betrokken en als de burgers d.m.v. inspraakavonden, reacties via internet etc. worden betrokken gebeurt dit vaak in een laat stadium. De data en onderbouwing: Dit onderdeel is in slechts 30% van de nota’s met een voldoende beoordeeld. Gemiddeld een 4.Op één uitzondering na is in alle nota’s een beschrijving van de gezondheidssituatie opgenomen, maar de kwaliteit van de gegevens laat in de meeste gevallen veel te wensen over. Bij deze beschrijving ontbreekt bij de helft van de nota’s iedere aandacht voor milieufactoren. Het actiegehalte: Het actiegehalte is in 50% van de nota’s met een voldoende beoordeeld. Gemiddeld een 5. In de meeste actieplannen worden duidelijke plannen beschreven waarbij de doestelling en betrokken partijen zijn aangegeven maar er wordt meestal niet aangegeven wie de verantwoordelijkheid draagt. In slechts de helft van de nota’s wordt aangegeven op welk tijdstip er een evaluatie zal plaatsvinden. Aan het einde van het rapport wordt een aantal aanbevelingen gedaan ter verbetering. Richtlijnen en prioriteitsstelling vanuit VWS kunnen een cultuurverandering bespoedigen. Ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten kan een sturende rol spelen. Tot slot kunnen belanghebbende burgers, bewonersgroepen en milieuorganisaties door gebruik te maken van hun inspraakrechten 'van onderop' druk uitoefenen om verbetering te bewerkstelligen
    Original languageDutch
    Number of pages68
    Publication statusPublished - 2003

    Cite this