Onderwijsvernieuwing en eigenaarschap: Evaluatie van een nieuwe werkwijze

A.M. de Vries

Research output: Book/ReportBookAcademic

2710 Downloads (Pure)

Abstract

Het onderzoek waarvan de resultaten in dit rapport beschreven zijn is een vervolg op een voorgaand onderzoek. In het eerste onderzoek stond de relatie tussen de gevolgde strategie en de opbrengst centraal, in dit tweede onderzoek stond het eigenaarschap centraal. Onderwerp van beide onderzoeken is de ontwikkeling en implementatie van een nieuwe werkwijze, genaamd: ict-rijk herontwerp tweede fase. Een aantal ontwerpprincipes voor leren vormen het uitgangspunt voor de werkwijze: ‘Actief, zelfverantwoordelijk, levensecht, samenwerkend leren, ICT-rijk’. De nieuwe werkwijze is ontwikkeld door scholen en APS samen, waarbij de scholen een grote inbreng hebben gehad. Na een korte voorbereiding met op school T twee weken werken volgens de nieuwe werkwijze en op school Z enkele experimentjes is de uitvoering gestart in het schooljaar 2003-2004. In de hoofdstukken 2 en 3 zijn de resultaten van het onderzoek op respectievelijk school T en school Z weergegeven en in hoofdstuk 4 zijn de resultaten van beide scholen naast elkaar geplaatst en is gezocht naar verklaringen voor verschillen. In deze nabeschouwing worden een aantal bevindingen van beide cases geïntegreerd behandeld. Er wordt nader ingegaan op zowel de ontwerpprincipes voor leren en effecten daarvan (par. 5.2), het eigenaarschap (par. 5.3) als de relatie tussen strategie en opbrengst waarover aan het eind een aantal hypothesen worden geformuleerd (par. 5.4). De beschouwingen zijn gebaseerd op een persoonlijke interpretatie van de resultaten door de zoeker. Tot slot worden in paragraaf 5.5 de adviezen van betrokkenen om een dergelijke onderwijsinnovatie te doen slagen nog eens op een rijtje gezet. Omdat verschillen in werkwijze van de scholen en in de uitvoering van het onderzoek een verklaring kunnen vormen voor de resultaten van de scholen worden die verschillen nog eens samengevat weergegeven: - op school T zijn met name de leermeesters verantwoordelijk voor het VOO (vakoverstijgend onderwijs), op school Z zijn telkens twee vakgroepen verantwoordelijk voor het prestatieleren - op school T werd tijdens het onderzoek in het relevante 4-vwo vier dagdelen per week aan VOO gewerkt (inmiddels drie dagdelen), op school Z werd in het relevante 5-vwo één week per zeven weken prestatieleren aangeboden - op school T is het onderzoek bijna driekwart jaar eerder uitgevoerd dan op school Z en had men derhalve korter gewerkt volgens de nieuwe werkwijze - op school T vulde 68% van de docenten een vragenlijst in, op school Z 33% - op school T zijn de leermeesters met 29% vertegenwoordigd, op school Z zijn de leermeesters, tevens werkmeester, met 46% vertegenwoordigd Leermeesters zijn meestal wat positiever zo bleek uit ander onderzoek; zij hebben bewust voor deze rol gekozen (de Vries, 2005) - op school T hadden leerlingen die de evaluatie van de werkwijze als opdracht gekozen hadden zelf een vragenlijst gemaakt waarbij de onderzoeker slechts nog een paar vragen heeft kunnen inbrengen. Op school Z hebben de leerlingen een vragenlijst van de onderzoeker ingevuld. Slechts een beperkt aantal, maar wel essentiële vragen, vertoont overlap - op school T konden uitgebreidere vragen over het eigenaarschap niet opgenomen worden in de vragenlijsten omdat de externe begeleiders de 40 criteria voor eigenaarschap nog niet geformuleerd hadden. Op deze school zijn echter tijdens interviews met leidinggevenden, docenten en leerlingen uitgebreid vragen gesteld over onder andere eigenaarschap. Op school Z zijn geen aanvullende interviews met docenten en leerlingen gehouden omdat de projectleider, tevens lid van de schoollleiding, van mening was dat alle informatie al bekend was, de school evalueert zelf na elke prestatieweek, en ze docenten en leerlingen niet opnieuw wilde belasten.
Original languageDutch
Publishers.n.
Number of pages82
Publication statusPublished - 2006

Cite this