Abstract

In 1999 werd artikel 13b Opiumwet – ook wel de Wet Damocles genoemd – ingevoerd met als doel de burgemeester te voorzien in de mogelijkheid om op te treden tegen drugshandel in of nabij voor-publiek-toegankelijke lokalen. De wet bleek zo doelmatig dat het toepassingsbereik van de bevoegdheid in 2007 werd uitgebreid tot woningen. Sindsdien is de burgemeester bevoegd om ten aanzien van woningen en voor-het-publiek-toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een last onder bestuursdwang op te leggen indien soft- of harddrugs worden ‘verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig’ zijn. In de praktijk kan het toepassen van de bevoegdheid leiden tot de sluiting van een pand5 of perceel, een last onder dwangsom of een waarschuwing. De vier hoofdvragen van het onderzoek luiden als volgt: 1) Hoe wordt de bevoegdheid uit artikel 13b Opiumwet toegepast door burgemeesters? 2) Wat zijn de gevolgen van de toepassing? 3) Welke rechtsmiddelen worden hoe vaak aangewend tegen toepassing van de bevoegdheid? 4) Hoe oordelen rechters in (hoger) beroepszaken over de toepassing van de bevoegdheid in artikel 13b Opiumwet?
Original languageDutch
Place of PublicationDen Haag
PublisherBoom Juridisch
Commissioning bodyWetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)
Number of pages208
ISBN (Electronic)9789051891874
ISBN (Print)9789462909946
Publication statusPublished - 7-Sep-2021

Publication series

NameWODC rapport
NameNILG - Openbare orde, Veiligheid & Recht
PublisherBoom Juridisch
Volume7

Cite this