Abstract
Neurochirurgie is een van de jongste chirurgische specialismen, en wordt in ons land nog maar een kleine tachtig jaar uitgeoefend.
Aanvankelijk was het een vakgebied voor solisten, die zich tegen de verdrukking in tussen de gevestigde orde van algemene chirurgie en neurologie bestaansrecht moesten zien te verwerven. Sinds de 30-er jaren heeft het vak een enorme vlucht genomen en is het werkterrein sterk uitgebreid. Aanvankelijk kwam dat door de verbetering van de operatie- en narcose- technieken, later door de invoering van de operatiemicroscoop en van geavanceerde beeldvormende technieken. Aan het eind van de vorige eeuw kwam hierin een kentering, door de komst van de radiochirurgie en de interventieneuroradiologie. Voor een aantal aandoeningen die tot het exclusieve werkterrein van de neurochirurg behoorden, bestaan nu alternatieve behandelingsmogelijkheden, waardoor met name verdunning is opgetreden van het aanbod van patiënten met neurovasculaire afwijkingen (AVM en aneurysma) en van patiënten met bepaalde tumoren van de schedelbasis. De neurochirurgie voltrekt zich tegenwoordig in belangrijke mate vanuit multidisciplinaire werkgroepen, waarin de indicaties voor behandeling worden gesteld. Door de nieuwe ontwikkelingen is de case-load van de neurochirurg op genoemde complexe onderdelen afgenomen, hetgeen consequenties heeft voor de organisatie van de zorg en voor de borging van die zorg voor de toekomst. Behoud van neurochirurgische expertise vraagt om concentratie, en het veranderende aanbod noopt tot maatregelen ter bevordering van de overdracht van kennis en vaardigheden aan de komende generaties neurochirurgen. Kwantiteit en kwaliteit gaan hand in hand, en dit thema loopt als een rode draad door de inrichting van de patiëntenzorg, de opleiding, het onderwijs en het onderzoek in de hedendaagse klinische neurochirurgie.
Aanvankelijk was het een vakgebied voor solisten, die zich tegen de verdrukking in tussen de gevestigde orde van algemene chirurgie en neurologie bestaansrecht moesten zien te verwerven. Sinds de 30-er jaren heeft het vak een enorme vlucht genomen en is het werkterrein sterk uitgebreid. Aanvankelijk kwam dat door de verbetering van de operatie- en narcose- technieken, later door de invoering van de operatiemicroscoop en van geavanceerde beeldvormende technieken. Aan het eind van de vorige eeuw kwam hierin een kentering, door de komst van de radiochirurgie en de interventieneuroradiologie. Voor een aantal aandoeningen die tot het exclusieve werkterrein van de neurochirurg behoorden, bestaan nu alternatieve behandelingsmogelijkheden, waardoor met name verdunning is opgetreden van het aanbod van patiënten met neurovasculaire afwijkingen (AVM en aneurysma) en van patiënten met bepaalde tumoren van de schedelbasis. De neurochirurgie voltrekt zich tegenwoordig in belangrijke mate vanuit multidisciplinaire werkgroepen, waarin de indicaties voor behandeling worden gesteld. Door de nieuwe ontwikkelingen is de case-load van de neurochirurg op genoemde complexe onderdelen afgenomen, hetgeen consequenties heeft voor de organisatie van de zorg en voor de borging van die zorg voor de toekomst. Behoud van neurochirurgische expertise vraagt om concentratie, en het veranderende aanbod noopt tot maatregelen ter bevordering van de overdracht van kennis en vaardigheden aan de komende generaties neurochirurgen. Kwantiteit en kwaliteit gaan hand in hand, en dit thema loopt als een rode draad door de inrichting van de patiëntenzorg, de opleiding, het onderwijs en het onderzoek in de hedendaagse klinische neurochirurgie.
| Translated title of the contribution | To operate in a changing landscape: About the quality and quantity in clinical neurosurgery |
|---|---|
| Original language | Dutch |
| Place of Publication | Groningen |
| Publisher | R.J.M. Groen |
| Number of pages | 18 |
| ISBN (Print) | 978-90-9027527-7 |
| Publication status | Published - 2013 |