Abstract
In instructieve teksten met het nadrukkelijke doel de lezer in staat te stellen instructies eenmalig uit te voeren (reading-to-do), of te leren uitvoeren (reading-to-learn) zijn referentiële uitdrukkingen, die verwijzen naar voor de handeling relevante objecten (tekstreferenten) vaak overgespecificeerd. Dit geldt zowel bij de introductie van een tekstreferent als bij anaforische verwijzing ernaar. Dit gegeven is in strijd met twee bekende principes in de pragmatiek: (1) geef niet meer informatie dan nodig is (Grice, 1975) en (2) gebruik bij het anaforisch verwijzen naar referenten minder linguïstisch materiaal dan bij het introduceren van referenten. In dit artikel worden beide afwijkingen geïllustreerd aan de hand van resultaten van een productie-experiment, en wordt gezocht naar mogelijke verklaringen.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Title of host publication | Over de grenzen van de taalbeheersing. Taal, tekst en communicatie |
| Editors | R. Neutelings, N. Ummelen, A. Maes |
| Place of Publication | Den Haag |
| Publisher | Sdu Uitgevers |
| Pages | 95-105 |
| ISBN (Print) | 9012089948 |
| Publication status | Published - 2000 |
| Externally published | Yes |