Portaal tot het parlement: Kandidaatstelling binnen politieke partijen in acht Westerse landen

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    237 Downloads (Pure)

    Abstract

    In het in mei 2003 totstandgekomen ‘hoofdlijnenakkoord’ van het tweede kabinet-Balkenende werd aangekondigd dat het kiesstelsel ingrijpend zou worden gewijzigd. In november verscheen Naar een sterker parlement. Hoofdlijnennotitie nieuw kiesstelsel, waarin deze voornemens nader werden uitgewerkt. Doel is om de band tussen kiezer en gekozene te verstevigen door het persoonlijke mandaat van het individuele Tweede-Kamerlid te versterken. Naast het bestaande principe van proportionele representatie wil het kabinet het beginsel van districtsgewijze vertegenwoordiging introduceren. Maximaal 75 volksvertegenwoordigers zullen door de kiezers in de districten worden aangewezen en minimaal 75 via de landelijke kandidatenlijsten van partijen. In dit gemengde stelsel (dat doet denken aan het Duitse kiessysteem) krijgt iedere kiezer twee stemmen, één voor de landelijke lijst en één voor de districtskandidaat. Het totale aantal in het gehele land uitgebrachte stemmen per partij is bepalend voor het aantal zetels dat de partijen in de Tweede Kamer krijgen. Niet alleen voor de kiezers verandert er in deze voorstellen het nodige, maar ook voor de partijen. “De partijen stellen, binnen zelfgekozen procedures, kandidaten voor de meervoudige districten”, aldus het hoofdlijnenakkoord. In de later verschenen hoofdlijnennotitie staat “dat het aan de partijen blijft hoe zij intern de kandidaatstellingsprocedure regelen”. Op het moment van schrijven is het nog onduidelijk of het nieuwe kiesstelsel zal zijn gebaseerd op meervoudige of enkelvoudige districten. Voor de kandidaatstelling binnen de Nederlandse partijen maakt dit aantal echter weinig uit: zij hebben immers geen ervaring met de aanwijzing van kandidaten voor kiesdistricten. Het is al bijna negentig jaar geleden dat het districtenstelsel in 1918 werd ingeruild voor het systeem van evenredige vertegenwoordiging. De achttien kieskringen waarin Nederland destijds werd verdeeld (sinds Flevoland in 1986 een provincie werd zijn het er negentien) hadden voornamelijk in electoraal-administratief opzicht betekenis; feitelijk werd het hele land één groot kiesdistrict. Wanneer het nieuwe kiesstelsel wordt ingevoerd, zullen de partijen dus nieuwe procedures moeten opstellen voor de rekrutering en selectie van hun kandidaten in de districten. Daarbij
    kunnen partijen in landen met kiesstelsels die geheel of gedeeltelijk op districten zijn gebaseerd als model of juist als tegenvoorbeeld dienen. Dit rapport beoogt een overzicht te geven van de kandidaatstellingswijzen in een aantal partijen die in een dergelijke formeel-electorale context opereren. In de inleiding zal eerst het belang van de kandidaatstelling voor de politieke partijen worden uiteengezet en ingegaan op de criteria die bij de selectie van de nationale kiesstelsels zijn gehanteerd. In de daaropvolgende hoofdstukken komen de verschillende landen aan bod, waarbij na een doorgaans beknopte weergave van het kies- en partijstelsel de selectieprocedures per partij worden beschreven, voor zover mogelijk met aanvullende informatie betreffende de participatie van de leden in deze procedures. In het slot worden alle partijen die de revue zijn gepasseerd, in een vergelijkende analyse bijeengebracht. Daarbij zullen tevens twee hoofdmodellen van kandidaatstelling worden gepresenteerd: grosso modo de Angelsaksische, tamelijk centralistische variant en de Duitse wijze met meer ledeninvloed. In de bijlagen zijn de relevante delen uit de kandidaatstellingsreglementen en/of statuten per partij per land opgenomen. Deze bijlagen zijn te vinden op www.kiesstelsel.nl.
    Original languageDutch
    Place of PublicationDen Haag/Groningen
    PublisherBZK/DNPP
    Number of pages103
    Publication statusPublished - 2004

    Cite this