Rijk, gemeente en woningbouw

  • Hendrik Christiaan Heering

Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)

157 Downloads (Pure)

Abstract

Wanneer in het Nederlands staatsbestel de lagere publiekrechtelijke lichamen provincie en gemeente optreden, spreekt men van territoriale decentralisatie. In deze studie is de vraag aan de orde, welke factoren bepalend zijn voor de mate van territoriale decentralisatie, die op het stuk van de woningbouw aanwezig is. De auteur beperkt zich hierbij voornamelijk tot de relatie rijk-gemeente. In hoofdstuk I wordt het begrip territoriale decentralisatie bestuurlijk benaderd. Als -onderling van elkaar afhankelijke -verschijningsvormen van dit begrip noemt de schrijver uitbreiding van taak en van bevoegdheden van de gemeente, het verschaffen van financiele middelen aan de gemeente, vermindering van het toezicht van hoger gezag op de gemeente en het verschaffen van een recht van inspraak aan de gemeente. Als argument tegen decentralisatie en dus voor centralisatie worden vermeld de noodzaak tot specialisatie, de aanpassing bij de in de maatschappij optredende schaalvergroting, snelheid, kracht en uniformiteit, de kwaliteit van de gemeentelijke functionarissen en een betere bescherming van de rechtszekerheid. Voor decentralisatie daarentegen pleiten ideele factoren, zoals deze in het beginsel van de gemeentelijke zelfstandigheid gestalte hebben gekregen. Daarnaast worden genoemd het voordeel van de geringere afstand tussen bestuur en bestuurden en de mogelijkheid van een betere aanpassing aan plaatselijke omstandigheden en een betere coordinatie op plaatselijk niveau....... Zie: Samenvatting
Original languageDutch
QualificationDoctor of Philosophy
Supervisors/Advisors
  • s'Jacob, E.H., Supervisor, External person
  • Troostwijk, Mozes, Supervisor, External person
Award date10-May-1967
Place of PublicationGroningen
Publisher
Publication statusPublished - 1967

Cite this