Abstract
In deze opinie staat een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam centraal. In de uitspraak gaat de rechtbank in op de vraag of een erfgenaam volledige toegang kan krijgen tot het Facebookaccount van zijn overleden partner. De rechtbank oordeelt dat de erfgenaam wel gedeeltelijk toegang krijgt tot onder andere foto's en video's, maar dat hij geen recht heeft op actief gebruik van het account. Vanwege privacybelangen van communicatiepartners van de erflaatster krijgt hij geen toegang tot de chatgeschiedenis. De uitspraak in deze zaak luidt anders dan eerdere uitspraken in Nederlandse rechtspraak over digitale nalatenschappen.2 Op basis hiervan meen ik dat uit de uitspraak kan worden afgeleid dat behoefte is aan meer duidelijkheid en rechtszekerheid op dit gebied. Mijn conclusie in deze opinie luidt daarom dat deze zaak een voorbeeld is van de uitdagingen waarmee rechters worden geconfronteerd door de complexe status van digitale objecten in het recht.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 33-38 |
| Number of pages | 6 |
| Journal | Tijdschrift voor Internetrecht |
| Volume | 2025 |
| Issue number | 1 |
| Publication status | Published - Mar-2025 |