Virulente en minder virulente tuberkelbacteriën

  • Evert Jan Steenhuis

    Research output: ThesisThesis fully internal (DIV)

    249 Downloads (Pure)

    Abstract

    SAMENVATTING EN CONCLUSIES Dit onderzoek had tot doel het verloop van een tuberculeuze infectie bij caviae met een negatieve Mantoux-feactie na te gaan, wanneer deze dieren werden besmet met verschillende culturen tuberkel bacterien. In het bijzonder is aandacht besteed aan een besmetting met hoog INH-resistente tuberkel bacterien. Tevens werd de invloed van isonicotine zuurhydrazide (INB) bij deze infecties onderzocht. In hoofdstuk I zijn de voornaamste eigenschappen van INH-resistente tuberkelbacterien genoemd (par. 1 tim 5). In par. 6 is het probleem van INH-resistente tuberkelbacterien bij de mens vanuit de literatuur benaderd. Hoofdstuk II vermeldt factoren, die de werking van INH in het dierexperiment beinvloeden. Hoofdstuk III geeft het eigen onderzoek weer. Uit proef A en I bleek, dat er tussen het verloop van een infectie teweeggebracht door een INH-sensibele laboratoriumstam B37Rv en een INH-sensibele tuber kelbacteriencultuur uit het sputum van een onbehandelde patient verschil bestond (tabel 7, bladz. 39). De caviae geinfecteerd met de laboratoriumstam hadden een langere overlevings tijd dan die, welke waren besmet met de sputum cultuur. Bet gewicht van de dieren na infectie met de laboratoriumstam bleef gedurende de observatieperiode van 26 weken stijgen, terwijl na besmetting met de sputumcultuur een daling van het caviagewicht optrad. Verder waren de macroscopische miltafwijkingen na infectie met de laboratoriurnstam minder uitgebreid dan bij de sputumcultuur. Bij de laboratoriumstam traden macroscopische en microscopische tuberculeuze afwijkingen in milt, lever of long later op dan na infectie met de sputumcultuur. In de eerste 10 weken van de infectie is het percentage caviae met macroscopische en microscopische tuberculeuze afwijkingen in milt, lever of long significant lager bij de laboratoriumstam dan bij de sputum cultuur (fig. 1 en 2). Bet percentage positieve kweken uit deze organen is in de eerste 6 weken van de infectie met de laboratoriumstam lager dan bij infectie met de sputumcultuur (fig. 3). .......... CONCLUSIE: Het histologisch onderzoek van de milt, lever of long van caviae na infectie met INH-sensibele of INH-resistente tuberkelbacterien is soms in strijd met de aantoonbaarheid van de tuberkel bacterien in het orgaan, hetzij met de Ziehl-Neelsen kleuring of met de orgaankweek. Het histologisch beeld kan positief zijn voor tuberculose, terwijl de orgaankweek negatief is. Ook kan de histologie negatief zijn en de kweek positief. Wanneer cavia- enting als diagnostisch hulpmiddel wordt gebruikt om tuberkelbacterien in bepaald materiaal aan te tonen is het daarom aan te bevelen om van het dier naast de Mantoux-reactie en het onderzoek van injectieplaats of regionale lymphklier orgaankweek van de milt en histologisch onderzoek van dit orgaan te verrichten ... Zie: Samenvatting en conclusies
    Original languageDutch
    QualificationDoctor of Philosophy
    Awarding Institution
    • University of Groningen
    Supervisors/Advisors
    • Kraan, J.K. , Supervisor, External person
    Award date15-Dec-1965
    Publisher
    Publication statusPublished - 1965

    Cite this