TY - UNPB
T1 - Wie ontsteekt de CNG-motor?
T2 - Een onderzoek naar het maatschappelijk draagvlak van milieuvriendelijke mobiliteit op de Wadden
AU - Kolk, H.J.J. van der
N1 - Rights: Rijksuniversiteit Groningen. Wetenschapswinkel Economie en Bedrijfskunde
PY - 2005
Y1 - 2005
N2 - De Europese Unie streeft ernaar dat in 2020 zo'n 20 procent van het wagenpark op alternatieve brandstoffen rijdt, waarvan gas de helft voor zijn rekening moet nemen. In vergelijking met benzine en diesel is rijden op CNG (compressed natural gas) veiliger, stiller en beter voor het milieu. In dit rapport is het maatschappelijk draagvlak voor het rijden op aardgas op de Waddeneilanden onderzocht. Hiertoe zijn 34 interviews afgenomen met wagenparkbeheerders van gemeenten, taxibedrijven, andere openbaarvervoerbedrijven en vertegenwoordigers van gemeenten en de provincie Fryslân. Aan een hand van een financieel model is voor elke respondent berekend of het ook financieel uit kan om over te schakelen van benzine of diesel op aardgas. Uit het onderzoek komt naar voren dat het draagvlak voor het rijden op CNG afhankelijk is van een aantal voorwaarden. Voor de wagenparkbeheerders moet het rijden op CNG tenminste kostenneutraal zijn ten opzichte van de huidige brandstof. Dit betekent dat het verschil in aanschafwaarde tussen CNG-auto’s en vergelijkbare auto’s op benzine en diesel niet te hoog mag zijn en dat het verschil in brandstofprijs niet te groot mag zijn. Voor transportbedrijven is het draagvlak bovendien afhankelijk van het aantal vulpunten op het vaste land. Tot slot blijkt dat de introductie van CNG versneld kan worden als ook de veerboten op CNG gaan varen, omdat het dan rendabel wordt om een vulstation van minimaal 600.000 m3 te plaatsen.
AB - De Europese Unie streeft ernaar dat in 2020 zo'n 20 procent van het wagenpark op alternatieve brandstoffen rijdt, waarvan gas de helft voor zijn rekening moet nemen. In vergelijking met benzine en diesel is rijden op CNG (compressed natural gas) veiliger, stiller en beter voor het milieu. In dit rapport is het maatschappelijk draagvlak voor het rijden op aardgas op de Waddeneilanden onderzocht. Hiertoe zijn 34 interviews afgenomen met wagenparkbeheerders van gemeenten, taxibedrijven, andere openbaarvervoerbedrijven en vertegenwoordigers van gemeenten en de provincie Fryslân. Aan een hand van een financieel model is voor elke respondent berekend of het ook financieel uit kan om over te schakelen van benzine of diesel op aardgas. Uit het onderzoek komt naar voren dat het draagvlak voor het rijden op CNG afhankelijk is van een aantal voorwaarden. Voor de wagenparkbeheerders moet het rijden op CNG tenminste kostenneutraal zijn ten opzichte van de huidige brandstof. Dit betekent dat het verschil in aanschafwaarde tussen CNG-auto’s en vergelijkbare auto’s op benzine en diesel niet te hoog mag zijn en dat het verschil in brandstofprijs niet te groot mag zijn. Voor transportbedrijven is het draagvlak bovendien afhankelijk van het aantal vulpunten op het vaste land. Tot slot blijkt dat de introductie van CNG versneld kan worden als ook de veerboten op CNG gaan varen, omdat het dan rendabel wordt om een vulstation van minimaal 600.000 m3 te plaatsen.
M3 - Working paper
BT - Wie ontsteekt de CNG-motor?
PB - Wetenschapswinkel Economie en Bedrijfskunde
CY - Groningen
ER -