Combinatietherapie prednison en leflunomide bij spierreuma

Pers / media: Activiteiten met een maatschappelijk belangPopular

Description

Interview voor het Reuma Magazine nav Reumafonds subsidie voor PMR behandel studie.

 

 

Periode1-nov-2015

Mediabijdrages

1

Mediabijdrages

  • TitelCombinatietherapie prednison en leflunomide bij spierreuma
    Land/RegioNetherlands
    Release datum01/11/2015
    BeschrijvingInternationaal onderzoek naar nieuwe combinatietherapie
    Helpt behandeling met prednison en leflunomide bij spierreuma?
    Dr. Liesbeth Brouwer van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) gaat onderzoeken of een combinatietherapie van prednison en het antireumamiddel leflunomide beter werkt bij de behandeling van mensen met spierreuma dan de standaardbehandeling met prednison. Bij de helft van de patiënten keren de klachten namelijk terug als de prednison is afgebouwd. Zij zijn genoodzaakt om (soms jarenlang) prednison te blijven gebruiken en lopen hierdoor risico op vervelende bijwerkingen.
    Polymyalgia rheumatica (PMR) of spierreuma is de meest voorkomende reumatische aandoening bij mensen boven de 50 jaar. Van alle patiënten die de huisarts jaarlijks in zijn spreekkamer krijgt, heeft ongeveer één op de vijftienhonderd mensen spierreuma. Dit aandeel neemt toe bij mensen boven de 70. De ziekte komt meer bij vrouwen voor dan bij mannen en wordt vaker gemeld in Noord-Europese landen. Spierreuma gaat in veel gevallen na enkele jaren vanzelf over.
    Pijn, extreme stijfheid en ontstekingen
    Spierreuma is niet makkelijk te herkennen. Pijn, extreme stijfheid en ontstekingsverschijnselen in beide schouder- en heupgewrichten, slijmbeurzen en pezen zijn symptomen die kunnen wijzen op de aandoening. Vrijwel alle (98% !) patiënten blijken verhoogde ontstekingswaarden in het bloed te hebben, dus bloedonderzoek is belangrijk. Daarnaast kan een echografie helpen om de ontstekingsverschijnselen in beeld brengen. De meeste mensen met spierreuma worden behandeld door de huisarts.
    “De ziekte heeft een enorme impact op het leven van mensen met spierreuma. Zij kunnen vaak niet slapen omdat draaien en liggen pijnlijk is. Sommigen slapen daarom zelfs zittend in een stoel. Anderen kunnen zich niet aankleden omdat zij hun armen niet kunnen heffen om kleding over het hoofd te trekken. De stijfheid verdwijnt niet door te bewegen, zoals bij artrose vaak wel het geval is”, vertelt reumatoloog en internist Liesbeth Brouwer, werkzaam bij het UMCG. Patiënten bij wie de behandeling van de huisarts niet aanslaat, komen bij haar terecht. Het UMCG ziet op jaarbasis 20 tot 30 nieuwe patiënten en 50 tot 60 controlepatiënten met spierreuma.
    Prednison
    Tot nu toe worden mensen met spierreuma behandeld met prednison. “Prednison helpt soms al een aantal uur nadat het is toegediend. Mensen kunnen weer beter bewegen. Die snelle effectiviteit is heel kenmerkend voor spierreuma. Artrosepatiënten nemen meestal pas enkele dagen na de toediening verbetering waar”, zegt Brouwer.
    Bij langdurig gebruik van prednison neemt de kans op vervelende bijwerkingen toe.
    “Denk aan botontkalking, hoge bloeddruk, suikerziekte, overgewicht, maagklachten en stemmingswisselingen. Om het risico op deze bijwerkingen te verkleinen, bouwen we de behandeling met prednison na zes weken weer af. De helft van de patiënten is tegen die tijd klachtenvrij. Bij de andere helft vlamt de spierreuma na het afbouwen van de prednison weer op en moeten we doorgaan met behandelen, soms jarenlang”, aldus Brouwer.
    Werkt combinatietherapie beter?
    Ze gaat nu onderzoeken of mensen met spierreuma beter zijn geholpen met een combinatietherapie van prednison en leflunomide.
    Brouwer: “Leflunomide is een bestaand antireumamiddel. Het is al meer dan vijftien jaar op de markt en is wat betreft werking vergelijkbaar met methotrexaat. Het remt de deling van ontstekingscellen, waardoor de ontstekingen afnemen. Uit studies in Noorwegen en Engeland is gebleken dat leflunomide wel eens effectief zou kunnen worden ingezet in de behandeling van spierreuma.”
    Deelnemers uit de omgeving van Groningen
    Tijdens het onderzoek, dat in januari 2016 van start gaat, werkt het UMCG samen met vier ziekenhuizen in Engeland, Noorwegen en Oostenrijk. Inmiddels is reumatoloog en arts-onderzoeker Maria Sandovici aangesteld om het onderzoek te coördineren.
    “In totaal zullen 106 patiënten aan de studie meedoen. Dat komt neer op 20 à 25 patiënten per onderzoekscentrum.
    Wij willen deelnemers gaan werven via de huisartsen uit de buurt, want we hebben patiënten nodig die net PMR hebben en nog niet behandeld zijn . Het is zeer namelijk zeer belangrijk vast te stellen of het inderdaad om PMR gaat en dat kan het beste worden beoordeelt als patiënten nog geen prednison hebben gehad.
    De reden dat we vooral mensen uit de omgeving van Groningen zoeken heeft te maken met het feit dat zij in de eerste onderzoeksmaand drie keer naar het UMCG moeten komen om onderzoeken te ondergaan. Voor mensen die wat verder weg wonen, kan dit misschien te belastend zijn”, aldus Brouwer. Maar nauurlijk is iedere nieuwe PMR patiënt welkom.
    Verband tussen spierreuma en vaatwandontsteking
    Ze doet al vele jaren onderzoek naar spierreuma en aanverwante aandoeningen.
    “Vijf tot vijftien procent van de mensen met spierreuma heeft of ontwikkelt reuscel arteriitis ook wel grote vaten vasculitis (vaatwandontsteking, red.) . In het Vasculitis Expertise Centrum dat het UMCG onlangs heeft opgericht en welke is erkend door de Nederlandse Federatie van Universiteiten , doen we onder andere onderzoek naar waarom patiënten ziekten als spierreuma en vaatwandontsteking van kleine en grote bloedvaten ontwikkelen ”, aldus Liesbeth Brouwer.




    PersonenLiesbeth Brouwer, Maria Sandovici