Feedback (bijlage)

Pers / media: Expert CommentProfessional

Description

4 juni 2019, Groningen

Betreft: feedback conceptvoorstel Mens & Maatschappij

Geachte leden van het ontwikkelteam, In deze brief onze reactie op het conceptvoorstel van het ontwikkelteam Mens & Maatschappij. Eerst volgen drie algemene punten en daarna de inhoudelijk punten. Bij de inhoudelijke punten hebben wij een onderscheid gemaakt tussen meer algemeen inhoudelijke punten en inhoudelijke punten die van toepassing zijn op de bovenbouw VO. Verder willen wij graag benadrukken dat wij waardering hebben voor de inzet en moeite die is gedaan door de leden van het ontwikkelteam om te komen tot het conceptvoorstel. Ook vinden wij het erg goed dat er meer aandacht is voor doorlopende leerlijnen van het PO naar de bovenbouw VO. Positief is tevens dat er wordt gediscussieerd over de relatie tussen het onderwijs en onze (veranderende) samenleving.

Algemene punten

• Het conceptvoorstel dient begrijpelijk te zijn voor leraren. Dit is op dit moment niet het geval. Enerzijds komt dit door de verwarrende terminologie (“bouwstenen”, “grote opdrachten” etc.) die door Curriculum.nu wordt gehanteerd, anderzijds door de omvang (91 pagina’s) van het product en het wollige taalgebruik. De schematische vertaling van het voorstel helpt niet om duidelijk te krijgen welke aanbevelingen precies worden gedaan en hoe relaties met andere leergebieden in elkaar steken. Dit vinden wij jammer, want dit maakt het geven van feedback door leraren lastig. Het conceptvoorstel schrikt nu meer af dan dat het leraren enthousiast maakt. Dit lijkt ons niet de bedoeling.

• Verder onderschrijven wij de kritiek zoals geuit door de Onderwijsraad (bron: https://www.onderwijsraad.nl/publicaties/2018/curriculumvernieuwing/volledig/item7710). Het conceptvoorstel is een resultaat van een proces waarbij drie processen (het herijken van kerndoelen en eindtermen, curriculumontwikkeling en onderwijsontwikkeling) door elkaar heen liepen. Dit heeft als gevolg dat het conceptvoorstel abstract is geworden, zodat het formuleren van nieuwe kerndoelen en eindtermen (als volgende stap) lastig wordt.

• Om het bovenstaande punt te concretiseren: Curriculum.nu wil enerzijds vrijheid voor scholen creëren bij de invulling van het curriculum, maar toch was de opdracht voor de ontwikkelteams om duurzaamheid, globalisering, technologie en gezondheid aan te merken als verbindende thema’s. Moet niet echter aan scholen en leraren worden overgelaten welke thema’s kunnen zorgen voor verbinding?

• De relatie tussen het conceptvoorstel en burgerschap ontbreekt in dit voorstel. Het is jammer dat dit niet expliciet wordt gemaakt terwijl burgerschap in dit leergebied een grote rol speelt.

Inhoudelijke punten algemeen

• Het onderscheid tussen enerzijds concepten en contexten en anderzijds tussen werkwijzen en denkwijzen is lastig te doorgronden. In het conceptvoorstel wordt dit zelf al aangegeven (“..niet scherp te begrenzen”). Onduidelijk blijft verder hoe dit kader is geïnspireerd door de “National Research Council, (2012), de OECD (2017) en de National Council for the Social Studies (2010).”. Het C3 Framework van de National Council for the Social Studies (2010) geeft bijvoorbeeld vier dimensies (die recht doen aan de verschillen en overeenkomsten tussen de disciplines) die misschien beter gebruikt konden worden als kader. Aansluiting bij een ander leergebied (Mens & Natuur) is geen argument, want waarom dan geen aansluiting bij het leergebied Burgerschap? Door dit kader, waarbij veel elementen door elkaar lopen, zijn wij bang dat er geen goede basis ligt voor het formuleren van nieuwe kerndoelen en eindtermen.

• Op pagina 15 wordt gesproken over “zowel continuïteit als verandering”. Dit is nu niet opgenomen als een aparte vaardigheid (zoals oorzaak/gevolg, zie 11.5). Dit zou wel moeten in onze ogen, omdat het cruciaal is voor het leggen van verbanden en het onderzoeken van relaties tussen gebeurtenissen.

• Bij de bouwsteen ‘oorzaak en gevolg’ is expliciet gekozen voor een finalistische kijk op het vak geschiedenis. Alsof ontwikkelingen alleen maar het resultaat zijn van hardcore causaliteit. De rol van andere factoren (m.n.: het toeval) krijgt geen of weinig plek. Verder is voor ons onduidelijk hoe je leerlingen oorzaken en gevolgen kunt laten ‘voorspellen’ (pagina 60)?

• Hoewel wij de aandacht voor doorlopende leerlijnen toejuichen wordt ons niet duidelijk hoe deze er voor de verschillende bouwstenen eruitzien. Is het überhaupt mogelijk te spreken over doorlopende leerlijnen wanneer de (concretere) uitwerking voor bovenbouw VO mist? Een voorbeeld: hoe kun je een gezamenlijk referentiekader ontwikkelen waarbij in de bovenbouw PO de nadruk ligt op Nederlandse en West-Europese geschiedenis en in de onderbouw VO ook wereldgeschiedenis wordt betrokken? Welke (didactische) redenatie is verder gevolgd om in het PO-leerlingen geen kennis te laten maken met wereldgeschiedenis?

• We maken ons zorgen over de zin: ‘Een nadere uitwerking van het referentiekader zal in een volgende fase worden gemaakt zo mogelijk ook in relatie tot de te herijken canon’ (pagina 26). Welke relatie? Welke eisen worden er verder gesteld aan het referentiekader? Er wordt gesproken over ‘tijdvakken’. Zijn dit de huidige tijdvakken waarop ook veel kritiek is vanuit het veld? Hier mist cruciale informatie en nuance. Zie ook het vorige punt. Deze punten maken de ontwikkeling van een referentiekader lastig.

Inhoudelijke punten aanbevelingen bovenbouw VO

• ‘Gebruik het model zoals dat door het ontwikkelteam M&M ontwikkeld is als leerstofkeuzeinstrument, óók voor de constructie van eindexamenprogramma’s havo en vwo en in mindere mate ook het vmbo’ (pagina 77). Zie onze vorige opmerkingen over het kader/model. Het geschetste kader/model voldoet in onze ogen niet om te komen tot een duidelijk en inspirerend examenprogramma vmbo, havo en vwo. Bij de tijd 3 (bron: https://curriculum.nu/wp-content/uploads/2018/03/Bijdetijd3-Definitieve-drukproef.pdf) bevat bijvoorbeeld een ander voorbeeld van een leerstofkeuzeinstrument. Eerst moet onderzocht worden welk instrument het beste gehanteerd kan worden. Er moet dus nog geen expliciete keuze worden gemaakt (zoals nu al wel het geval is).

• De laatste jaren is veel vakdidactisch wetenschappelijk onderzoek verricht naar hoe leerlingen historisch kunnen denken en redeneren. Het is jammer dat (ondanks de oproep in Bij de tijd 3) niet wordt opgeroepen tot meer aandacht voor het historisch kunnen denken en redeneren in de bovenbouw VO. Hoe ziet dit eruit en hoe kunnen we dit het beste aan onze leerlingen onderwijzen? Daar moet een vervolg-discussie over gaan. Deze oproep mist nu.

• ‘Zorg er daarbij voor dat de vakken (en vakverenigingen) geschiedenis en maatschappijleer duidelijkheid scheppen over het gebruikte vocabulaire rond staatsinrichting en een heldere 'boedelverdeling' afspreken over het behandelen van de wording (geschiedenis) en de werking (maatschappijleer) van de democratische rechtsstaat’ (pagina 77). Dit onderschrijven wij waarbij het van belang is om wel te zoeken naar verbanden en verbinding tussen beide vakken.

• ‘Handhaaf de ontstane verschillen in behandelde/getoetste tijdvakken tussen de(eind)examenprogramma's vmbo, havo en vwo’ (pagina 77). Deze zin is voor ons onduidelijk. Welke verschillen worden hier bedoeld? Het tijdvakken-kader is nu niet aan de orde in het examenprogramma vmbo. Wordt dit verschil bedoeld? Het is tevens jammer dat er geen oproep is gekomen voor een duidelijker onderscheid tussen het havo- en vwoexamenprogramma.

• Het is verder bijzonder dat wordt geopperd om Macht en Gezag (GO7, pagina 18) verplicht te stellen in het examenprogramma geschiedenis vmbo, havo en vwo terwijl in de beschrijving van de GO geen historische context en inhoud aanwezig is. In de uitwerking van de bouwstenen wordt enkel ingegaan op het ontstaan van de rechtsstaat, dat ook weer een relatie heeft met maatschappijleer/wetenschappen.

• ‘Laat onderzoeken met welke denkwijze(n), de toekomst annex het denken in scenario's ingang kan vinden in het geschiedenisonderwijs c.q. in de historische vaardigheden (pagina 77). Het is apart dat dit hier expliciet staat terwijl andere historische vaardigheden, zoals het omgaan met (historische) bronnen niet als cruciaal worden aangemerkt. Volgens ons is hier ruimte om te benadrukken wat 1) de waarde van het schoolvak geschiedenis is en 2) welke vakspecifieke vaardigheden het schoolvak geschiedenis uniek maakt.

Hoogachtend,

dr. Tim Huijgen dr. Paul Holthuis

Lerarenopleiders geschiedenis Rijksuniversiteit Groningen

Periode16-sep-2019

Mediabijdrages

1

Mediabijdrages

  • TitelCurriculum.nu
    Mate van erkenningNational
    MediatypeWeb
    Land/RegioNetherlands
    Release datum16/09/2019
    Producent / auteurCurriculum.nu
    PersonenTim Huijgen, Paul Holthuis