Reuma, parodontitis, vasculitis

Pers / media: Activiteiten met een maatschappelijk belangPopular

Description

Het Universitair Medisch Centrum Groningen heeft 'Healthy aging' als overkoepelend aandachtsgebied gekozen. Samen met onder andere de Hanzehogeschool is het UMCG verenigd in het initiatief Healthy Aging Noord-Nederland (HANN). Essentieel voor dit onderzoek is de LifeLines populatie, die drie generaties omvat. Dr. E.(Liesbeth) Brouwer vertelt hoe studies in LifeLines en geselecteerde patiëntenpopulaties de komende jaren meer duidelijkheid gaan geven over de link tussen ouder worden en de daarmee gepaard gaande toenemende kwetsbaarheid voor het ontstaan van inflammatoire ziekten. De hamvraag: is die kwetsbaarheid vooral aanleg of zijn gedrag, omgeving en levensloop medebepalend?

Periode1-okt-2013

Mediabijdrages

1

Mediabijdrages

  • TitelReuma, parodontitis, vasculitis
    Media naam/outletImmuun
    Land/RegioNetherlands
    Release datum01/10/2013
    BeschrijvingAan het eind van 2013 zal de volledige inclusie van 165.000 deelnemers aan LifeLines zijn bereikt. “Dertig jaar follow-up, epidemiologisch onderzoek en biobanking moeten ons in de toekomst in staat stellen te achterhalen waarom de leden van sommige families gezond ouder worden en leden van andere families niet”, vertelt dr. E. (Liesbeth) Brouwer.
    De grote vraag is: waarom treden die verschillen op? “We weten inmiddels dat gedrags- en omgevingsfactoren van grote invloed zijn”, zegt Brouwer. “Het is ook duidelijk dat voortijdige veroudering van het immuunsysteem een grote rol heeft; niet iedereen wordt op dezelfde manier ouder. Bij het zoeken naar antwoorden hebben we te maken met vele verschillende variabelen. Allereerst is er het innate, aangeboren immuunsysteem. Daarnaast is er het adaptieve, verworven immuunsysteem, dat leert van elke infectie die iemand tijdens zijn leven doormaakt. Om te onderzoeken wat er gedurende de levensloop aan het immuunsysteem verandert, kun je onder andere kijken naar de genetica, het DNA en het RNA. Daarnaast is er de epigenetica, met 'genetica regulerende aspecten'. Die stelt ons mogelijk in staat om de invloed van omgevings- en gedragsinvloeden in kaart te brengen. Het is al met al een complexe som.”

    Kwetsbaar

    “Binnen het onderzoek van de afdeling Reumatologie en Klinische Immunologie van het UMCG is de opeenvolging gezond – kwetsbaar – ziek koersbepalend. De vraag waarom na gezondheid op een gegeven moment kwetsbaarheid ontstaat en waarom daar uiteindelijk ziekte uit voortkomt, staat centraal”, aldus Brouwer. Op dit moment wordt binnen LifeLines de vraag onderzocht hoe vaak Anti Citrulline Protein Antibodies (ACPA) voorkomen bij 40.000 deelnemers. Dit onderzoek kan plaatsvinden dankzij een toekenning van het reumafonds en een bijdrage in natura van het bedrijf Phadia. Het onderdeel maakt deel uit van onderzoek dat is medegefinancierd binnen het zevende Europese kaderprogramma ( FP7) en dat plaatsvindt in samenwerking met de afdeling Reumatologie van het Leids Universitair Medisch Centrum.
    Brouwer: “Op vrijdag 13 september 2013 bereikten we een mijlpaal: in samenwerking met onze afdeling medische immunologie hadden we alle veertigduizend sera geanalyseerd op het voorkomen van deze autoantistoffen. Het onderzoek is geïnspireerd op bevindingen die onderzoekers van het VUmc in februari 2004 in Arthritis and Rheumatism hadden gepubliceerd. Nielen, Van Schaardenburg en Dijkmans vonden dat ACPA die zeer specifiek zijn voor reuma, voorafgaan aan het optreden van reumatoïde artritis. Die antilichamen kunnen al tien tot vijftien jaar voor de ziekte in het bloed aanwezig zijn.”
    In het kader van LifeLines bepalen Brouwer en collega's niet alleen ACPA: “Wij hebben het grote geluk dat we patiëntencohorten kunnen vergelijken met het LifeLines-cohort. Vervolgens start de analyse: hoe vaak komt ACPA eigenlijk voor? Hoe vaak is het te vinden in patiënten, hoe vaak in (nog) gezonde mensen?”
    Dat is het statistische deel. Het onderzoek gaat verder in de kliniek. Brouwer: “Een koppeling tussen huisarts en ziekenhuis moet duidelijk maken wie reumatoïde artritis (RA) gaan ontwikkelen en wanneer en onder welke omstandigheden dat gebeurt. Het is belangrijk om in de kliniek het fenotype van de patiënt goed vast te stellen: hoe ziet het inflammatoire beeld eruit, waar heeft de patiënt last van? Ook gaan we na welke risicofactoren aanwezig zijn bij de patiënt, zoals roken en paradontitis. Het mooie van het samengaan van een klinische setting met onderzoek is, dat we de uitkomsten van het onderzoek vrij snel kunnen vertalen in voordeel voor de patiënt, zoals directe adviezen. Daarnaast draagt het onderzoek bij aan modellen die de ontwikkeling van RA kunnen voorspellen.”

    Ziek

    Eén van de risicofactoren voor RA is uit eerder epidemiologisch onderzoek bekend geworden: parodontitis oftewel ontstoken tandvlees. Brouwer: “Het zijn overlappende ziektebeelden; roken verhoogt bijvoorbeeld het risico op reuma én op parodontitis. Daarmee is dus nog geen oorzakelijk verband gelegd. Het is verder de vraag of voor beide aandoeningen dezelfde risicofactoren in het spel zijn. Samen met dr. Hannie Westra van onze afdeling, Prof. dr. Arie Jan van Winkelhof van de afdeling Tandheelkunde en Prof. dr. Arjan Vissink van de afdeling Kaakchirurgie gaan we uitzoeken hoe dit zit. Parodontoloog drs. Menke de Smit behandelt RA-patiënten en bekijkt wat het effect van de parodontitis-behandeling is op RA.”
    Daarnaast gebeurt in samenwerking met Prof. dr. Jan Maarten van Dijl van de afdeling Medische Microbiologie onderzoek naar de bacterie P. gingivalis die van belang lijkt bij parodontitis. Deze bacterie kan namelijk als enige in het lichaam eiwitten citrullineren. Deze gecitrullineerde eiwitten komen vooral voor bij ontstekingsprocessen. “Drs. Koen Janssen onderzoekt of de antistofrespons tegen gecitrullineerde eiwitten opgewekt kan worden door deze bacteriën”, zegt Brouwer. “Deze reactie zou dan gevolgd kunnen worden door een kruisreactie met lichaamseigen gecitrullineerde eiwitten.”
    Een ontsteking zoals parodontitis is lokaal, maar heeft ook systemische effecten; het hele lichaam kan er de gevolgen van ondervinden. “Daar komt de relevantie voor Healthy Aging naar voren. Inflammatie is een belangrijk gegeven voor de overgang van 'gezond' naar 'kwetsbaar'. In het algemeen heeft een inflammatoir beeld vaak verstrekkende gevolgen voor de algehele gezondheid. Dat is alleen al zo vanwege het vergroten van de kans op hart- en vaatziekten”, geeft Brouwer aan.
    De gedachte is, dat inflammatoire aandoeningen vooral op latere leeftijd voorkomen. Het immuunsysteem van ouderen reguleert inflammatie onvoldoende. Brouwer: “Enerzijds hebben ouderen een minder krachtige reactie op infecties, anderzijds hebben ze wel een hogere 'achtergrond-inflammatie'. Dat betekent dat het verouderde immuunsysteem maar een geringe bandbreedte overhoudt om in te grijpen. Reumatoïde artritis, parodontitis, spierreuma (PMR) reuscelarteritis, ook wel giant cell arteritis (GCA)) ontstaan vooral op latere leeftijd. Belangrijke gemeenschappelijk kenmerk: langdurige inflammatie.”
    Vanwege deze leeftijdcomponent doen onderzoekers in het UMCG ook onderzoek naar parameters van immuunveroudering in verschillende patiëntencohorten. In patiënten met PMR, RCA en RA proberen ze te achterhalen hoe cellen van het aangeboren en verworven afweersysteem zich gedragen in deze inflammatoire aandoeningen.

    Systeemziekten

    In de polikliniek en de kliniek richt de afdeling Reumatologie en Klinische Immunologie zich op de complexe systeemziekten; Sjögren, systemische lupus erythematosus, sclerodermie, Amyloïdosis en grote en kleine vaten vasculitis. De afdeling heeft samen met de afdelingen Nefrologie/ Interne Geneeskunde en Medische Biologie in september 2013 een Vasculitis Centrum opgericht (http://www.vasculitiscentrum.nl).
    Dit Vasculitis Centrum getuigt van een trend: academisch ziekenhuizen hebben altijd een regionale functie, maar krijgen door de toenemende specialisatie ook steeds meer een nationale functie voor bepaalde ziekten. Omdat het uitgangspunt voor de patiëntenzorg is om de zorg rond de patiënt te organiseren, is het streven om meerdere onderzoeken op één dag te plannen. Dit gebeurt in een nauwe samenwerking met andere afdelingen. De huidige onderzoeks- en behandeltrajecten zijn het resultaat van teamwork: samenwerkende specialisten met ieder hun eigen specifieke inbreng.

    Van patiënt naar lab en terug

    Voor vasculitis geldt bij uitstek dat de aandoening ontstaat op latere leeftijd. Brouwer: “GCA is als één van de typen van vasculitis zelfs te beschouwen als een model voor veroudering. Maar de vraag waarom mensen op latere leeftijd GCA ontwikkelen is nog altijd niet beantwoord. Dankzij een bijdrage van het Reumafonds hebben we onderzoek kunnen doen naar het immunologisch risicoprofiel bij GCA en PMR.”
    Door het immuunrisicoprofiel in samenwerking met de afdeling Medische Genetica te koppelen aan het genetisch profiel, hopen de afdelingen in de toekomst verschillende vragen te kunnen beantwoorden. (Zie het interview met Sascha Zhernakova elders in dit blad). Welke genetische componenten spelen een rol bij het ontstaan van het immuunrisicoprofiel? Hoe bepaalt genetica de auto-immuniteit? En weer de vraag die ook in andere onderzoeken van de afdeling Reumatologie en Klinische Immunologie terugkomt: in hoeverre is gezond ouder worden aanleg en in hoeverre is het te danken aan gedrag, omgeving en levensloop?
    Brouwer: “Door samenwerking in het onderzoek komen inzichten naar voren die je kunt terugvertalen naar de translationele immunologie. Zo kan uiteindelijk duidelijk worden wat er in dit ziektebeeld met immuuncellen gebeurt.” Deze inzichten worden weer vertaald naar vasculitis-patiënten: de bevindingen kunnen worden gebruikt om de GCA- en PMR-patiënten beter te kunnen diagnosticeren, monitoren en behandelen.”
    De traditionele behandeling van GCA vindt plaats met Prednisolon. Dit aloude middel heeft nogal wat nadelen, zoals een brede onderdrukking van het immuunsysteem en een verhoogd risico op infecties. Brouwer: “Uit translationele studies is gebleken dat IL-6 een belangrijke rol speelt bij de inflammatie in GCA. Binnenkort start de eerste Nederlandse multicenter behandelstudie met IL-6 receptor blokkade (GiACTA studie met tocilizumab). Het UMCG fungeert vanwege de specialisatie in vasculitis als onderzoeksleider voor deze studie, waarin ook het VUmc, het UMC St. Radboud, het Medisch Spectrum Twente, het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem en het Maasstadziekenhuis in Rotterdam participeren. Het is te hopen dat we dankzij deze en andere onderzoeken patiënten uiteindelijk in de reguliere behandeling iets beters kunnen bieden dan Prednisolon.”

    Leendert van der Ent

    [streamers]
    “Inflammatie is een belangrijk gegeven voor de overgang van 'gezond' naar 'kwetsbaar'”

    “Het verouderde immuunsysteem houdt maar een geringe bandbreedte over om in te grijpen”

    [fotobijschriften]
    “Het mooie van het samengaan van een klinische setting met onderzoek is, dat we de uitkomsten vrij snel kunnen vertalen in voordeel voor de patiënt”, aldus Brouwer. (foto Bureau Lorient Communicatie)

    Liesbeth Brouwer: “GCA is als één van de typen van vasculitis te beschouwen als een model voor veroudering.” (foto Bureau Lorient Communicatie)

    [kader1]
    Symposium systeemziekten

    Op vrijdag 7 februari organiseert het UMCG een symposium over systeemziekten, bedoeld voor onder andere neurologen, internisten, klinisch immunologen, kinderartsen en reumatologen.
    PersonenLiesbeth Brouwer