Waar moeten die 220000 huizen komen?

    Pers / media: Expert CommentProfessional

    Description

    Het lijkt een deal met alleen winnaars: 220.000 huizen extra bouwen en het Noorden beter per spoor ontsluiten. Planoloog Gert de Roo spreekt echter van wensdenken en onderbouwing.

    Noord-Nederland als redder in nood: bouw hier een kwart van het aantal huizen dat Nederland nodig heeft om de woningzoekenden aan onderdak te helpen. Dit betekent 220.000 extra bovenop de 100.000 huizen die al in de planning staan. In ruil daarvoor moet de regio beter per spoor worden ontsloten met de Lelylijn, de Nedersaksenlijn en de verbetering van het bestaande spoor. Het lijkt een vermetel plan, maar waar moeten al die extra huizen komen?

    Gert de Roo, hoogleraar planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft zijn bedenkingen. Hij benadrukt dat hij geen woningbouwdeskundige is, maar kijkt als planoloog met verbazing naar de plannen.

    Om te beginnen: de huizen moeten er vooral komen voor mensen die in de Randstad geen huis kunnen krijgen, vandaar ook de koppeling aan bereikbaarheid per spoor. Dit beperkt echter de keuze aan woningbouwlocaties. De Roo: „Je zult de huizen bij wijze van spreken bovenop de stations moeten bouwen. Dan heb je het dus vooral over de stad Groningen, Drachten en Heerenveen.”

    De stad Groningen heeft nu al de handen vol aan de geplande bouw van 7000 huizen. Maar voordat de noordelijke bestuurders op zoek gaan naar meer geschikte locaties, vraagt De Roo zich af wie er in die huizen moeten gaan wonen. Hij ziet niet gebeuren dat veel randstedelingen hiernaartoe verhuizen.

    „Laten we als voorbeeld een beginnend leraar in het basisonderwijs nemen”, stelt hij. „Die behoort tot een inkomensgroep die het heel moeilijk heeft op de woningmarkt. Nou kan die dankzij dit plan een mooi huis in Drachten krijgen. Maar stel dat de school in Haarlem staat. Ook met die snellere treinverbinding is de reistijd nog te lang.”

    De Roo praat vooral over de Lelylijn, maar het ‘spoorplan’ van de noordelijke provincies omvat ook de Nedersaksenlijn en de verbetering van het bestaande spoor. Die twee projecten voorzien in een betere ontsluiting van Drenthe, waardoor je daar ook meer huizen zou kunnen bouwen. De Roo: „Maar ook hier geldt: wie met woonproblemen in de Randstad gaat daar wonen? De Nedersaksenlijn ontsluit het oostelijk deel van de regio, maar dat is een krimpgebied. Het risico is ook dat je die krimp versterkt: door huizen in de buurt van de treinstations te bouwen, trekken mensen weg uit de dorpen verderop in het gebied.”

    Hoe moet het wel? De Roo erkent volmondig dat de woningnood in de Randstad een groot probleem is. „Vanuit dat vraagstuk gezien ligt een stapsgewijze aanpak meer voor de hand. Kijk eerst wat er in Emmeloord gebouwd kan worden, als het daar vol is kun je uitbreiden naar Heerenveen. Of Drachten vervolgens ook in beeld komt? Ik heb daar m’n twijfels over.”

    De Roo mist historisch besef. „Vijftien jaar geleden trokken de provincies ook samen op voor wat toen de Zuiderzeelijn werd genoemd. Toen de toenmalige regering dat plan afblies, en het Noorden 2,16 miljard euro kreeg als compensatie, viel die gezamenlijkheid weg. De pot met geld werd een soort snoeptrommel waar iedereen wat uithaalde. Groningen kreeg het Forum, Assen een nieuwe aansluiting op de A28 en zo meer. Een gezamenlijke visie op hoe de regio zich kan ontwikkelen, ontbrak.”

    Noord-Nederland moet echt werken aan een gezamenlijke visie op de regio, vindt De Roo. Nu is er alleen samenwerking omdat er in Den Haag iets te halen valt. De Tweede Kamer wil een Deltaplan voor het Noorden. De 220.000 woningen die de noordelijke provincies daarvoor aandragen, getuigen volgens De Roo meer van opportunisme en wensdenken dan van goede inhoudelijke onderbouwing.

    Het Noorden laat de ontwikkelingen nu te veel op zich afkomen, stelt hij. „De bestuurders moeten plannen maken voor de sectoren die hier succesvol kunnen zijn en die verder ontwikkelen. De vrijetijdseconomie wordt bijvoorbeeld te gemakkelijk vergeten. En de transitie van de landbouw verdient aandacht.

    De Eemshaven heeft zich de laatste tijd goed ontwikkeld, met het gigantische datacenter en de komst van elektriciteitscentrales. „Maar dat is de provincie meer overkomen dan dat daar nou zo’n uitgekiend beleid op is gevoerd”, vindt De Roo.

    Als de noordelijke provincies samen een goed plan hebben voor de ontwikkeling van de hele regio, en dan blijkt dat de Lelylijn en de andere spoorverbindingen nodig zijn om dat te realiseren, dan kan De Roo zich er wel in vinden dat daarvoor geld op tafel komt. „Maar het moet wel hout snijden dat je daar bijna 9 miljard euro in steekt.”

    Periode7-mei-2021

    Mediabijdrages

    1

    Mediabijdrages

    • TitelWaar moeten die 220000 huisen komen?
      Mate van erkenningRegional
      Media naam/outletDagblad van het Noorden
      MediatypePrint
      Duur / lengte / groottefull page
      Land/RegioNetherlands
      Release datum07/05/2021
      BeschrijvingHet lijkt een deal met alleen winnaars: 220.000 huizen extra bouwen en het Noorden beter per spoor ontsluiten. Planoloog Gert de Roo spreekt echter van wensdenken en onderbouwing.
      Noord-Nederland als redder in nood: bouw hier een kwart van het aantal huizen dat Nederland nodig heeft om de woningzoekenden aan onderdak te helpen. Dit betekent 220.000 extra bovenop de 100.000 huizen die al in de planning staan. In ruil daarvoor moet de regio beter per spoor worden ontsloten met de Lelylijn, de Nedersaksenlijn en de verbetering van het bestaande spoor. Het lijkt een vermetel plan, maar waar moeten al die extra huizen komen?
      Gert de Roo, hoogleraar planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft zijn bedenkingen. Hij benadrukt dat hij geen woningbouwdeskundige is, maar kijkt als planoloog met verbazing naar de plannen.
      Om te beginnen: de huizen moeten er vooral komen voor mensen die in de Randstad geen huis kunnen krijgen, vandaar ook de koppeling aan bereikbaarheid per spoor. Dit beperkt echter de keuze aan woningbouwlocaties. De Roo: „Je zult de huizen bij wijze van spreken bovenop de stations moeten bouwen. Dan heb je het dus vooral over de stad Groningen, Drachten en Heerenveen.”
      De stad Groningen heeft nu al de handen vol aan de geplande bouw van 7000 huizen. Maar voordat de noordelijke bestuurders op zoek gaan naar meer geschikte locaties, vraagt De Roo zich af wie er in die huizen moeten gaan wonen. Hij ziet niet gebeuren dat veel randstedelingen hiernaartoe verhuizen.
      „Laten we als voorbeeld een beginnend leraar in het basisonderwijs nemen”, stelt hij. „Die behoort tot een inkomensgroep die het heel moeilijk heeft op de woningmarkt. Nou kan die dankzij dit plan een mooi huis in Drachten krijgen. Maar stel dat de school in Haarlem staat. Ook met die snellere treinverbinding is de reistijd nog te lang.”
      De Roo praat vooral over de Lelylijn, maar het ‘spoorplan’ van de noordelijke provincies omvat ook de Nedersaksenlijn en de verbetering van het bestaande spoor. Die twee projecten voorzien in een betere ontsluiting van Drenthe, waardoor je daar ook meer huizen zou kunnen bouwen. De Roo: „Maar ook hier geldt: wie met woonproblemen in de Randstad gaat daar wonen? De Nedersaksenlijn ontsluit het oostelijk deel van de regio, maar dat is een krimpgebied. Het risico is ook dat je die krimp versterkt: door huizen in de buurt van de treinstations te bouwen, trekken mensen weg uit de dorpen verderop in het gebied.”
      Hoe moet het wel? De Roo erkent volmondig dat de woningnood in de Randstad een groot probleem is. „Vanuit dat vraagstuk gezien ligt een stapsgewijze aanpak meer voor de hand. Kijk eerst wat er in Emmeloord gebouwd kan worden, als het daar vol is kun je uitbreiden naar Heerenveen. Of Drachten vervolgens ook in beeld komt? Ik heb daar m’n twijfels over.”
      De Roo mist historisch besef. „Vijftien jaar geleden trokken de provincies ook samen op voor wat toen de Zuiderzeelijn werd genoemd. Toen de toenmalige regering dat plan afblies, en het Noorden 2,16 miljard euro kreeg als compensatie, viel die gezamenlijkheid weg. De pot met geld werd een soort snoeptrommel waar iedereen wat uithaalde. Groningen kreeg het Forum, Assen een nieuwe aansluiting op de A28 en zo meer. Een gezamenlijke visie op hoe de regio zich kan ontwikkelen, ontbrak.”
      Noord-Nederland moet echt werken aan een gezamenlijke visie op de regio, vindt De Roo. Nu is er alleen samenwerking omdat er in Den Haag iets te halen valt. De Tweede Kamer wil een Deltaplan voor het Noorden. De 220.000 woningen die de noordelijke provincies daarvoor aandragen, getuigen volgens De Roo meer van opportunisme en wensdenken dan van goede inhoudelijke onderbouwing.
      Het Noorden laat de ontwikkelingen nu te veel op zich afkomen, stelt hij. „De bestuurders moeten plannen maken voor de sectoren die hier succesvol kunnen zijn en die verder ontwikkelen. De vrijetijdseconomie wordt bijvoorbeeld te gemakkelijk vergeten. En de transitie van de landbouw verdient aandacht.”
      De Eemshaven heeft zich de laatste tijd goed ontwikkeld, met het gigantische datacenter en de komst van elektriciteitscentrales. „Maar dat is de provincie meer overkomen dan dat daar nou zo’n uitgekiend beleid op is gevoerd”, vindt De Roo.
      Als de noordelijke provincies samen een goed plan hebben voor de ontwikkeling van de hele regio, en dan blijkt dat de Lelylijn en de andere spoorverbindingen nodig zijn om dat te realiseren, dan kan De Roo zich er wel in vinden dat daarvoor geld op tafel komt. „Maar het moet wel hout snijden dat je daar bijna 9 miljard euro in steekt.”
      Producent / auteurHlbrand Polman
      PersonenGert de Roo