Acting against one's best judgement

Onderzoeksoutput

2567 Downloads (Pure)

Samenvatting

Handelen tegen beter weten in (Acting Against One’s Best Judgment) heeft als ondertitel Een onderzoek naar praktisch redeneren, disposities en wilszwakte. De laatste term is daarbij cruciaal. Wat is wilszwakte - in het oud-Grieks akrasia of akrateia - en hoe valt het te verklaren? Wat gebeurt er precies wanneer iemand akratisch handelt, dat wil zeggen willens en wetens iets anders doet dan wat hijzelf het beste vindt? Dat zijn de vragen waarop dit boek een antwoord probeert te geven. Daarbij fungeert Ockhams spaarzaamheidseis als methodologische leidraad: welk antwoord we uiteindelijk ook zullen geven, het aantal vooronderstelde entiteiten dient tot een minimum beperkt te blijven. Deze eis èn de stelregel dat de aangenomen entiteiten empirische inhoud moeten hebben, leiden ertoe het akrasiaprobleem aan te pakken met behulp van het begrip ’dispositie’. Dit betekent dat de opvattingen (beliefs) en wensen (desires) die optreden in praktische redeneringen (die op hun beurt weer ten grondslag liggen aan alle handelingen) als disposities worden beschouwd. Voor de beschrijving van deze disposities wordt gebruik gemaakt van oud, maar nuttig gereedschap: Carnaps bilaterale reductiezinnen. Handelen tegen beter weten in bestaat uit drie delen. Deel Eén gaat over de geschiedenis van het akrasia-probleem. Het omvat één hoofdstuk, waarin wordt beschreven hoe de oude Grieken (Socrates, Plato, Aristoteles) en de vroege Stoïci (Zeno, Cleanthes, Chrysippus) tegen het probleem aankeken. Daarna wordt een enorme sprong gemaakt, over de Middeleeuwen en de moderne tijd heen, aangezien in die periode de filosofische interesse eerder uitgaat naar wilsvrijheid dan naar wilszwakte. Deel Twee, bestaande uit Hoofdstuk II t/m Hoofdstuk IV, begint in het midden van de twintigste eeuw. De centrale stelling luidt dat het oude akrasia-probleem via een achterdeur terugkeert in de hedendaagse filosofie, namelijk als een onvoorziene consequentie van het debat over de verklaring van handelingen. Dat debat nam een aanvang in de jaren vijftig, toen Carl Hempels verklaringsmodellen in brede kring bekendheid kregen. Er worden in dit boek drie debatterende partijen onderscheiden, aangevoerd door respectievelijk Hempel (wiens positie beschreven wordt in Hoofstuk II), Georg Henrik von Wright (Hoofdstuk III), en Donald Davidson (Hoofdstuk IV). Elk van de drie blijkt vroeg of laat te stuiten op het akrasia-probleem, en geen van drieën is bij machte om het bevredigend op te lossen. Deel Drie (’Naar een oplossing’) bestaat uit vijf hoofdstukken waarvan het eerste, Hoofdstuk V, ingaat op een begrip dat volgens velen onlosmakelijk met akrasia verbonden is, namelijk het begrip ’gespleten geest’ (divided mind). Hoofdstuk V dient tevens als een uitgebreide introductie tot Hoofdstuk VI, dat gewijd is aan de oplossing die Donald Davidson gaf voor het akrasia-probleem. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd dat Davidsons oplossing stoelt op drie, aan Freud ontleende ideeën: (1) het idee dat de geest opgesplitst kan worden in delen, (2) het idee dat er tussen de delen onderling conflicten kunnen bestaan, en (3) het idee dat de delen elkaar causaal kunnen beïnvloeden. Vooral (3) - het idee van mentale veroorzaking - is problematisch, ook al is de vorm die Davidson eraan geeft tamelijk gematigd. In de drie resterende hoofdstukken, VII-IX, wordt daarom een benadering voorgesteld waarin het idee van mentale veroorzaking geen rol speelt. Het sleutelbegrip in deze benadering is de notie van mate of graad. De gedachte is dat mensen iets kunnen willen of geloven in een bepaalde mate of tot op zekere hoogte, en dat dit een aanknopingspunt biedt voor de oplossing van het akrasiaprobleem. In dit verband wordt gesproken over een “gradualisatie” van disposities, in het bijzonder van opvattingen en wensen. Het is belangrijk om te onderscheiden tussen graden van waarschijnlijkheid en graden van intensiteit; er is immers een verschil tussen, bijvoorbeeld, heel waarschijnlijk iets willen en iets heel graag willen. In het b o e k w o r d t d a a r o m o n d e r s c h e i d g e m a a k t t u s s e n waarschijnlijkheidsgradualisatie en intensiteitsgradualisatie. Het eerste wordt uitgewerkt aan de hand van werk van Hempel (Hoofdstuk VII) en Reichenbach (Hoofdstuk VIII). Hoofdstuk IX maakt duidelijk waarom deze vorm van gradualisatie niet bruikbaar is voor de oplossing van ons probleem. Vervolgens wordt een eenvoudige, op verzamelingenleer geënte operationalisatie van intensiteitsgradualisatie beschreven. Deze operationalisatie stelt ons in staat om beter te begrijpen wat akratische handelingen zijn en hoe ze kunnen optreden. De oude, Socratische zienswijze dat akrasia niet kan bestaan omdat niemand moedwillig in strijd met zijn beste inzicht handelt, blijkt ten dele correct. Ze is correct voorzover zelfkennis akrasia uitsluit: een akratès is inderdaad iemand die zichzelf slecht kent. Maar ze is incorrect in haar precisering van dat gebrek aan zelfkennis. In tegenstelling tot wat Socrates beweert, weet een akratès heel goed wat hij moet doen, en wil hij dat ook werkelijk doen. Alleen, een akratès kent de kracht van zijn opvattingen en wensen niet; hij vergist zich in de mate waarin de betreffende disposities op hem van toepassing zijn. Als gevolg daarvan doet hij in een beperkt aantal welomschreven situaties iets anders dan wat hij, in alle oprechtheid, dacht dat hij zou doen. Het verschil met de Socratische zienswijze lijkt gering, maar is groot. Niet alleen maakt de Socratische benadering het bestaan van akratische handelingen onmogelijk, ze is ook implausibel. Het is immers veel aannemelijker dat een actor zich vergist in de kracht van zijn wensen en opvattingen dan in die wensen en opvattingen zelf - pace Sigmund Freud. Aan het eind van het boek wordt aangegeven waarin de voorgestelde gradueel-dispositionele aanpak verschilt van de benaderingen van andere besproken filosofen, waaronder Aristoteles en Davidson.
Originele taal-2English
KwalificatieDoctor of Philosophy
Toekennende instantie
  • Rijksuniversiteit Groningen
Begeleider(s)/adviseur
  • van Eck, Jacobus, Supervisor
  • Kuipers, Th A F, Supervisor, Externe Persoon
Datum van toekenning31-okt-1996
Plaats van publicatieGroningen
Uitgever
StatusPublished - 1996

Citeer dit