Arthrosis deformans van het kaakgewricht: een klinisch en röntgenologisch onderzoek

Geert Boering

    Onderzoeksoutput

    2976 Downloads (Pure)

    Samenvatting

    INLEIDING De aandoening van het kaakgewricht, gekenmerkt door knappen, pijn en bewegingsbeperking, is in de literatuur onder vele namen bekend. De meest voorkomende zijn: Costen's syndroom, pijn-dysfunctiesyndroom, mandibular joint syndrome of -disorder, chronische Kiefergelenkerkrankung en temporomandibular joint arthrosis. Ook wordt vaak ccn van dt bovengenoemde symptomen gebruikt om het gehele ziektebeeld aan te duiden. Het grote aantal omschrijvingen is een gevolg van de bezwaren, die bij velen bestaan tegen het gebruik van de term arthrosis deformans. Dit is immers in het algemeen een gewrichtsaandoening, die bij de oudere mens voorkomt en samengaat met duidelijke rontgenologische afwijkingen. De genoemde kaakgewrichtsklachten komen daarentegen meestal op jeugdiger leeftijd voor en een afwijking op de rontgenfoto wordt bij het eerste onderzoek vaak niet waargenomen. De klinische symptomen passen echter zeer wel bij het beeld van een arthrosis, zoals deze aan andere gewrichten voorkomt. Het zeer gevarieerde klinische beeld bij het kaakgewricht is toe te schrijven aan de discus met zijn gecompliceerd bewegingsmechanisme. Er bestaan mijns inziens dan ook geen bezwaren tegen het gebruik van de term arthrosis voor deze chronische aandoening van het kaakgewricht, die niet berust op een infectie of een neoplasma en geen congenitale afwijking is. Uitgebreide histologische onderzoekingen hebben aangetoond, dat bij zeer velen reeds op vrij jeugdige leeftijd degcneratieve veranderingen in de articlilerende oppervlakken van het kaakgewricht aanwezig kunnen zijn. Men moet zich er echter van bewust zijn, dat geen afwijkingen op de röntgenfoto zijn waar te nemen, zolang deze veranderingen tot het kraakbeen zijn beperkt. Door het verschil van mening over de ware aard van dc afwijking zijn er sinds de publicaties van GOODFRIEND en COSTEN, ruim 30 jaar geleden, zoveel theorieen ontwikkeld, dat de behoefte om zelf een oordeel over deze materie te hebben, zich deed gevoelen. De problemen bij de behandeling van deze patienten in het Militair Kaakchirurgisch Centrum te Utrecht in 1955, doch vooral de voordrachten van LINDBLOM en STEINHARDT, in 1956 gehouden voor de Nederlandse Vereniging van Tandartsen, hebben mijn belangstelling voor deze afwijking gewekt. Tijdens een verblijf aan de kliniek van Prof. STE1NHARDT te Bremen, werd de basis gelegd voor een onderzoek, waarvan de resultaten zijn neergelegd in dit proefschrift. Gedurende de periode 1956-1963 werden 400 patienten, die zich primair meldden voor onderzoek en behandeling van hun kaakgewrichtsklachten, in de Kliniek voor Mondheelkunde van het Academisch Ziekenhuis te Groningen onderzocht. Hierin is tevens begrepen een gering aanul, dat reeds lang op de kliniek bekend was. Bovendien werden acht patienten, die primair voor een kaakluxatie waren behandeld, na gcruime tijd nog eens gecontroleerd op arhrotische veranderingen. Hetzelfde geschiedde met zestien patienten met een contusie van het kaakgewricht. Om een indruk te krijgen van de veranderingen, welke de vcrschillendc vormen van reuma in het kaakgewricht kunnen veroorzaken, werden twaalf patienten met reumatoide arthritis, drie met spondylitis ankylopoetica, twee met psoriasis arthropatica en een met lupus erythematodes onderzocht. Ook werden drie patienten gecontroleerd, die aan acuut reuma hadden geleden. Teneinde een 20 goed mogelijk overzicht en een uniformiteit in de beoordeling te krijgen, werden het onderzoek en de behandeling van de genoemde 400 patienten zoveel mogelijk in één hand gehouden. Vrijwel allen werden zij na verloop van tijd een of meerdere malen gecontroleerd: de controle-periode varieerde van 1 tot 12 jaar en bedroeg meestal 2 tot 5 jaar. Het onderzoek geschiedde in alle gevallen poliklinisch De patienten, die zich op het spreekuur meldden, werden globaal onderzocht, waarna een afspraak werd gemaakt voor een meer gedetailleerd onderzoek. Dit laatste geschiedde aan de hand van een uitgebreid onderzoekschema (zie Bijlage I). Bij de diverse controles werd meestal een verkort schema gebruikt. hetwelk alleen die punten bevatte, waarbij veranderingen zouden kunnen zijn opgetreden, Het spreekt vanze1f dat bij het kaakgewrichtsonderzock eveneens werd gelet op andere afwijkingen, welke in het gebied van mond en kaken kunnen voorkomen. Een meer gedetailleerde bespreking van de in het onderzoekschema genoemde punten en de hiermede verband houdende problemen, wordt gegeven in de desbetreffende hoofdstukken.
    Originele taal-2Dutch
    KwalificatieDoctor of Philosophy
    Toekennende instantie
    • Rijksuniversiteit Groningen
    Begeleider(s)/adviseur
    • Bijlstra, K.G., Supervisor, Externe Persoon
    Datum van toekenning1-jun-1966
    Uitgever
    StatusPublished - 1966

    Citeer dit