Case Note: ECLI:NL:RBROT:2018:10175

Onderzoeksoutput

Samenvatting

Ter zitting is gebleken dat de stelling van eisers dat in plaats van een noodbevel een noodverordening afgekondigd had moeten worden, enkel betrekking heeft op het centrumgebied-noodbevel.
Door verweerder is toegelicht dat het centrumgebied-noodbevel dient te worden beschouwd als een uitbreiding van het consulaat-noodbevel. Het
noodbevel is afgegeven toen, gelet op de ontwikkelingen gedurende de avond, de vrees ontstond dat buiten het directe gebied van het Turks consulaat in het centrumgebied toeloop zou komen van mensen die uit zouden zijn op wanordelijkheden. Dit noodbevel is dan ook een logisch vervolg op het consulaat-noodbevel en moet in samenhang daarmee worden bezien. Verder blijkt uit de tekst van het centrumgebied-noodbevel dat dit noodbevel niet geldt voor alle mensen in het centrum, maar voor een specifieke groep mensen die bijvoorbeeld door gedrag, uitlatingen, kleding, aanwezigheid in een bepaalde groep of meegevoerde voorwerpen stoffen aanleiding geeft tot het redelijke vermoeden dat hij of zij zal deelnemen aan wanordelijkheden of verstoringen van de openbare orde. De rechtbank is van oordeel dat art. 175
lid 1 Gemeentewet in deze omstandigheden de grondslag biedt voor dit noodbevel. Dit betekent dat eisers niet worden gevolgd in hun stelling dat
verweerder voor het centrumgebied een noodverordening had moeten afkondigen.
Originele taal-2Dutch
ArtikelnummerAB 2019/348
Pagina's (van-tot)2427-2436
Aantal pagina's10
TijdschriftAB Rechtspraak Bestuursrecht
Volume2020
Nummer van het tijdschrift30
StatusPublished - 2019

Rechtszaken

TitelErnstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden bij bezoek Turkse minister
Gerechtelijke instantieRechtbank Rotterdam
Datum uitspraak14/12/2018
ECLI ID ECLI:NL:RBROT:2018:10175
Case numberROT 18/2667, 18/2685, 18/2686, 18/2687, 18/2690, 18/2691, 18/2692, 18/2693, 18/2694, 18/2695

Citeer dit