De weeskamer van de stad Groningen 1613-1811

Barendina van Dijk

    Onderzoeksoutput

    243 Downloads (Pure)

    Samenvatting

    Op 5 maart 1852 zette koning Willem III zijn handtekening onder de wet "houdende regeling der zaken van de voormalige wees- en momboir-kamers" (Stbl. 45). Door middel van deze wet wilde de toenmalige regering een eind maken aan een probleem dat in 1811 ontstaan was als gevolg van het van kracht worden van de Code civil in het sinds 1810 bij het Franse keizerrijk ingelijfde koninkrijk Holland. Door de invoering van de Code civil tezamen met alle andere op dat moment in het Franse keizerrijk geldende wetten op 1 maart 1811 was van de ene dag op de andere een nieuw voogdijrecht van kracht geworden, waarin het beheer van de vermogens die toebehoorden aan vader- en/of moederloze minderjarigen, een zaak was van de door de familieraad over deze kinderen aangestelde voogd (art. 450 Cc) en de controle op dit beheer in handen was van een eveneens door deze familieraad aangewezen toeziende voogd (art.470 Cc). ... Zie: Inleiding
    Originele taal-2Dutch
    KwalificatieDoctor of Philosophy
    Begeleider(s)/adviseur
    • Huussen, Arend, Supervisor
    • Lokin, Johannes, Supervisor
    Uitgever
    StatusPublished - 1991

    Keywords

    • Proefschriften (vorm)
    • 1800-1850
    • 1700-1800
    • 1600-1700
    • 1613-1811
    • Bestuur, Weeskamers, Familierecht Groningen (stad)
    • personen- en familierecht
    • recht(sgeschiedenis) van afzonderlijke landen, gebieden en v

    Citeer dit