Diagnostisch hulpmiddel dementie bij mensen met (zeer) ernstige verstandelijke (en meervoudige) beperkingen: ontwikkeling en eerste praktijktoets

Maureen Wissing, Simone Koudenburg, Ina van der Wal, Marieke Groen, Liesbeth van Dam, Johannes Hobbelen, Peter De Deyn, A Waninge, Alain Dekker*

*Bijbehorende auteur voor dit werk

OnderzoeksoutputAcademicpeer review

18 Downloads (Pure)

Samenvatting

Inleiding: Diagnosticeren van dementie bij mensen met (zeer) ernstige
verstandelijke (en meervoudige) beperkingen ((Z)EV(M)B) is complex.
Aangezien reeds bestaande instrumenten niet geschikt zijn voor de (Z)EV(M)B-doelgroep is er in de gehandicaptenzorg grote behoefte aan een
passend diagnostisch hulpmiddel.

Doel: Dit onderzoek richt zich op 1) het ontwikkelen van een diagnostisch
hulpmiddel voor gedragskundigen en psychodiagnostisch medewerkers
om dementiegerelateerde veranderingen bij mensen met (Z)EV(M)B in
kaart te brengen en 2) de validiteit, betrouwbaarheid, het discriminerend
vermogen en praktijkervaringen van dit diagnostisch hulpmiddel te bepalen
middels een eerste praktijktoets.

Methode: Op basis van wetenschappelijke literatuur en praktijkervaringen
is het diagnostisch hulpmiddel ontwikkeld. Vervolgens is dit diagnostisch
hulpmiddel onderworpen aan een eerste praktijktoets, waarbij
interviews zijn gehouden met informanten van mensen met (Z)EV(M)B
zonder dementie (n=18), met twijfelachtige dementie (n=10) en een diagnose
dementie (n=8).

Resultaten: Het diagnostisch hulpmiddel bestaat uit 45 items, onderverdeeld
in 7 symptoomdomeinen, tot stand gekomen op basis van triangulatie
van bevindingen in wetenschappelijke literatuur en praktijkervaringen.
Hierdoor zijn de indruks- en inhoudsvaliditeit verzekerd. De eerste
verkenning van de betrouwbaarheid liet zien dat de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid hoog was. Met betrekking tot het discriminerend vermogen werd zowel voor de item-, domein- als totaalscores een trend gevonden waarbij mensen met een diagnose dementie de meeste veranderingen scoorden en degenen zonder dementie de minste veranderingen.
Praktijkervaringen ten aanzien van het diagnostisch hulpmiddel waren
overwegend positief.

Conclusie: De resultaten wijzen erop dat het diagnostisch hulpmiddel
dementiegerelateerde veranderingen bij mensen met (Z)EV(M)B in kaart
kan brengen. Het diagnostisch hulpmiddel kan daarom al in de praktijk
ingezet worden. Daarbij is wel het advies om de betrouwbaarheid en het
discriminerend vermogen verder te onderzoeken.
Originele taal-2Dutch
Pagina's (van-tot)94-116
Aantal pagina's23
TijdschriftNederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen (NTZ)
Volume49
Nummer van het tijdschrift3
StatusPublished - sep.-2023

Citeer dit