2299 Downloads (Pure)

Samenvatting

Het Nederlandse weidelandschap is al decennialang weids en groen. Toch is het grasland van nu door intensief landgebruik flink veranderd. Weidevogels, die van dit landschap afhankelijk zijn, nemen al jaren hard in aantallen af. De belangrijkste prooi voor deze groep vogels zijn regenwormen. In dit proefschrift is onderzocht hoe het beheer van graslanden in de melkveehouderij (boeren) regenwormen (wormen) beïnvloedt en hoe dit weer van invloed is op de voedselomstandigheden voor weidevogels (vogels).
Rode wormen zijn regenwormen die ’s nachts naar het oppervlak komen om voedsel te zoeken waardoor ze tevens weer een prooi zijn voor zichtjagende weidevogel, zoals Kieviten. Grijze wormen komen niet of nauwelijks naar het oppervlak, maar zijn wel te pakken voor een tastjagende weidevogel, zoals de Grutto.
Intensief landgebruik is nadelig voor rode wormen, die vooral gebaat zijn bij zo min mogelijk bodemverstoring en bemesting met ruige stalmest i.p.v. geïnjecteerde drijfmest. Daarnaast zorgen drogere omstandigheden er voor dat rode wormen niet meer naar het oppervlak komen. Uiteindelijk zijn ook grijze wormen niet meer te vangen voor een tastjagende weidevogel omdat ze te diep zitten of omdat de bodem te hard is om in te prikken.
Rode wormen zijn niet alleen belangrijk als prooi voor weidevogels, maar ook voor de boer. Het zijn juist deze regenwormen die een belangrijke bijdrage leveren aan een goede bodemstructuur en gezonde bodem. Minder intensief landgebruik is dus niet alleen positief voor rode wormen, maar ook voor weidevogels en boeren.
Vertaalde titel van de bijdrageBoeren, wormen & vogels
Originele taal-2English
KwalificatieDoctor of Philosophy
Toekennende instantie
  • Rijksuniversiteit Groningen
Begeleider(s)/adviseur
  • Piersma, Theunis, Supervisor
  • Olff, Han, Supervisor
Datum van toekenning15-dec-2017
Plaats van publicatie[Groningen]
Uitgever
Gedrukte ISBN's978-94-034-0301-4
Elektronische ISBN's978-94-034-0300-7
StatusPublished - 2017

Citeer dit