Geluid en trillingen tengevolge van het heien van prefabpalen voor de spoortunnel bij Zevenaar.

    OnderzoeksoutputProfessional

    1099 Downloads (Pure)

    Samenvatting

    Na een heiverbod zijn op 22 februari 2001 de heiwerk-zaamheden aan de spoortunnel aan de oostzijde van Zevenaar hervat. Daarbij werd, net als in december 2000, weer met prefabpalen geheid. Op grond van klachten die omwonenden in december 2000 uitten zijn in januari 2001 metingen verricht naar het geluid in en bij woningen en naar de trillingen in en van woningen tengevolge van het heien. In die tijd (januari) werden echter vibrocompalen geheid waarvan de overlast, volgens omwonenden, veel minder was dan van de eerder toegepaste prefabpalen. Na het hervatten van het heien van prefabpalen zijn opnieuw metingen verricht om na te gaan of de effecten daarvan meetbaar verschillen van die van de vibrocompalen. Van een aantal metingen in januari is in een eerdere notitie een analyse gegeven (“Heien van de spoortunnel Zevenaar: de herkomst van het laagfrequent geluid”, Groningen, 14 februari 2001). Daarin werd geconcludeerd dat de door het heien opgewekte bodemtrillingen een huis in trilling brengen waarop de in trilling gebrachte constructie laagfrequent geluid afstraalt met een zo hoog niveau dat het in huis waarneem-baar kan zijn. Op grond van berekeningen zou een trilling-snelheid van 0,1 mm/s een geluidsniveau van 71 dB veroorzaken. De opzet van het hier gerapporteerde onderzoek was het geluidsniveau buitenshuis ook na het heien en na alle bouwwerkzaamheden (‘achtergrond’) te bepalen, alsmede -vooral- de hoeveelheid laagfrequent geluid in de woningen. Trillingsmetingen binnenshuis zouden worden ‘meegenomen’ omdat deze belangrijk werden geacht als verklaring voor de hoeveelheid laagfrequent geluid. Het is, zie genoemde notitie, volkomen duidelijk dat er een samenhang is tussen de door het heien opgewekte bodemtrillingen enerzijds en de in omliggende woningen voorkomende trillingen en laagfrequent geluid anderzijds. Een analyse van het verband valt echter buiten het bestek van dit onderzoek. Ten behoeve van een artikel voor het vaktijd-schrift Land+Water is echter toch enig onderzoek daarnaar gedaan; in bijlage C is de ingediende tekst daarvoor opgenomen. Gemiddeld blijkt daaruit dat een trillingssnelheid van 0,1 mm/s inderdaad een laagfrequent of infra-geluidsniveau van 70 dB veroorzaakt. Bij de dominante trillingsfrequentie ligt dat niveau echter tot ruim 10 dB lager, bij een andere (vermoedelijk resonantie-) frequentie echter ca. 10 dB hoger.
    Originele taal-2Dutch
    Uitgeverijs.n.
    Aantal pagina's0
    StatusPublished - 2001

    Citeer dit