Het toetsingskader van de strafrechter bij de beoordeling van deskundigenbewijs

OnderzoeksoutputAcademicpeer review

Samenvatting

De strafrechter kan er niet zonder meer vanuit gaan dat deskundigenbewijs betrouwbaar en waardevol is. De vraag is hoe de strafrechter invulling moet geven aan de toetsing van het deskundigenbewijs. Het normatieve, theoretische kader is dat de strafrechter met kritische welwillendheid naar het deskundigenbewijs mag kijken. De rechter mag vertrouwen op het deskundigenbewijs, maar behoort ook ambtshalve en naar aanleiding van verweren aandacht te hebben voor aanwijzingen dat wat de deskundige zegt niet klopt. In het Wetboek van Strafvordering zijn deze normatieve uitgangspunten deels te herkennen. Tegelijkertijd wordt de strafrechter vrij gelaten in de selectie en waardering van het bewijsmateriaal, en zijn er weinig dwingende normen over de toetsing van het deskundigenbewijs. In de praktijk is in vonnissen van strafrechters dan ook weinig terug te vinden van de toetsing van het deskundigenbewijs.
Originele taal-2Dutch
TitelToetsingsintensiteit
SubtitelEen vergelijkende studie naar het varieren van de toetsingsintensiteit door de rechter
RedacteurenRoel Schutgens, Jasper Krommendijk , Claartje Buiten, Edsard van der Werf, Raymond Schlossels, Hans Peters, Ashley Terlouw
Plaats van productieDeventer
UitgeverijWolters Kluwer
Hoofdstuk12
Pagina's219-240
ISBN van geprinte versie9789013167764
StatusPublished - 2022

Publicatie series

NaamSerie staat en recht
Volume54

Keywords

  • Deskundigen
  • Deskundigenbewijs
  • Toetsing
  • Strafrechter

Citeer dit