Doorgaan naar hoofdnavigatie Doorgaan naar zoeken Ga verder naar hoofdinhoud

Indicatoren voor een Veilige Fiets: Werkpakket 3. Haalbaarheid van een simulatie protocol voor kritieke enkelvoudige fietsongevallen

  • Rosemary Dubbeldam
  • , Marie Hummerich
  • , Frank Westerhuis
  • , Dick de Waard

OnderzoeksoutputProfessional

1 Downloads (Pure)

Samenvatting

Enkelvoudige fietsongevallen vormen een groot deel van de ernstige fietsincidenten in Nederland en andere fietslanden. Het gaat daarbij om ongevallen waarbij geen andere weggebruiker direct betrokken is. Na een inventarisatie van enkelvoudige fietsongevallen, hebben Westerhuis et al. op basis van valfrequentie en letsel ernst, vijf kritieke situaties gedefinieerd (Westerhuis 2024a, Westerhuis 2024b). Het ontbreken van gestandaardiseerde en reproduceerbare testmethoden maakt het moeilijk om fietsen systematisch te beoordelen op veiligheid en stabiliteit in zulke kritieke situaties. Binnen de eerdere werkpakketten (WP1 en WP2) is daarom een inventarisatie gemaakt van beschikbare meetsystemen en relevante uitkomstmaten. In WP3 lag de focus op de ontwikkeling en eerste validatie van testprotocollen voor twee veelvoorkomende en risicovolle ongevalsmechanismen: (1) vallen na een botsing met de stoeprand en (2) evenwichtsverlies als gevolg van plotseling uitwijken. Het onderzoek werd uitgevoerd in een laboratoriumomgeving met behulp van een marker-gebaseerd bewegingsregistratie systeem. Dit bood de mogelijkheid om kinematica van zowel fiets als berijder nauwkeurig en herhaalbaar te registreren. Valrisico’s konden zo beheersbaar gehouden worden door valmatten en zachte obstakels, terwijl de dynamiek van de situaties realistisch bleef. De indoor setting bood daarnaast controle over variabelen zoals snelheid, aanrijhoek en obstakelhoogte, en maakte het mogelijk om scenario’s op een veilige maar toch representatieve manier na te bootsen. In het stoeprandscenario werden verschillende hoogtes en aanrijhoeken getest, met en zonder afleiding van de berijder. Zodra het voorwiel de stoeprand raakt, treedt direct verlies van stuurcontrole op. Vooral bij afleiding, die in de praktijk vaak voorkomt, ontstaat een kritieke situatie waarbij onder andere het voor- of achterwiel langs de stoeprand glijdt en de berijder doorgaans remt of een voet aan de grond zet. Dit scenario blijkt geschikt om systematisch prestatie-indicatoren te meten. Zo werden er verschillen tussen de twee type fietsen gemeten in slippen van de band, laterale versnelling en remmen (snelheidsafname) als gevolg van controleverlies. Het uitwijkscenario was gericht op het op koerssnelheid vermijden van een plotseling obstakel, in dit geval in de vorm van een autodeur. Ook hier traden kritieke momenten op wanneer de berijder het gevoel kreeg de controle te verliezen, wat zich uitte in abrupt remmen of stoppen. Verder bleek vooral de mate van beschikbare laterale ruimte bepalend voor het succes van de manoeuvre. Bij beperkte ruimte kwamen verschillen tussen fietsontwerpen duidelijk naar voren: bij fietsen op de Nederlandse stadsfiets werden grotere stuurbewegingen, meer snelheidsafname en vaker overschrijding van de grenslijnen vertoond dan bij fietsen op de sportievere trekkingfiets. Uit deze prestatie indicatoren blijkt dat de trekkingfiets wendbaarder en stabieler is dan de Nederlandse stadsfiets. De metingen bevestigen dat het mogelijk is om op een veilige en reproduceerbare manier representatieve scenario’s te ontwikkelen. Zowel spatio-temporele als kinematische uitkomstmaten (zoals fietssnelheid, laterale versnelling, stuurhoek, rolhoek en yaw-bewegingen) kunnen dienen als prestatie-indicatoren voor fietsveiligheid. Daarnaast zijn eenvoudige observatiematen, zoals het wel of niet succesvol afronden van een taak, het overschrijden van lijnen of het plaatsen van een voet aan de grond, minstens zo waardevol. Concluderend is in dit werkpakket 3 ‘Haalbaarheid van een simulatie protocol’ aangetoond dat het simuleren en evalueren van kritieke ongevalsscenario’s haalbaar is en belangrijke inzichten geeft in de rol van fietsontwerp en rijgedrag. De resultaten maken de weg vrij voor verdere standaardisering en opschaling van testmethoden, zodat fietsen in de toekomst op een eenduidige manier vergeleken en beoordeeld kunnen worden op hun veiligheid. Aanbevolen wordt om protocollen te verfijnen met meerdere berijders en uiteenlopende vaardigheidsniveaus, elektronische signaalgevers voor uitwijkcommando’s, en tests met verschillende fietsontwerpen. Hiermee kan een basis gelegd worden voor een beoordelingssysteem dat fabrikanten en beleidsmakers helpt om fietsen veiliger te maken en het risico op enkelvoudige ongevallen te verkleinen.
Vertaalde titel van de bijdrageIndicators for a Safe Bicycle: Work package 3. Feasibility of a simulation protocol for critical single bicycle accidents
Originele taal-2Dutch
UitgeverijRijksuniversiteit Groningen
Aantal pagina's34
StatusPublished - okt.-2025

Vingerafdruk

Duik in de onderzoeksthema's van 'Indicatoren voor een Veilige Fiets: Werkpakket 3. Haalbaarheid van een simulatie protocol voor kritieke enkelvoudige fietsongevallen'. Samen vormen ze een unieke vingerafdruk.

Citeer dit