La Traduction en situation de diglossie: Le cas du discours religieux chrétien au Burkina Faso

F.E.G. Sanon-Ouattara

    Onderzoeksoutput

    6319 Downloads (Pure)

    Samenvatting

    In twee- of meertalige samenlevingen, zo wordt vaak gesteld, zou vertalen tot opzekere hoogte overbodig zijn aangezien de verschillende talen veelal complementairworden gebruikt. Een voorbeeld van zo’n meertalige samenleving in West-Afrika isBurkina Faso, waar het Frans in termen van sociaal en politiek prestige de dominantetaal is en het Jula als een van de grotere inheemse minderheidstalen (zg. nationaletalen) in informele situaties gehanteerd wordt. Toch wordt in dat land steeds meervertaald van met name het Frans naar de nationale talen. Volgens de skopostheorie, diehet kader van dit onderzoek vormt, is iedere vertaling een sociale en communicatievehandeling die een bepaald doel (skopos) beoogt, dat mede bepaald wordt door deopdrachtgever van de vertaling. In mijn onderzoek ben ik nagegaan wat het doel vanvertalen binnen het christelijk discours is, en welke invloed dat doel op devertaalstrategie en de functie van de vertaling in de ontvangende cultuur heeft. Geziende overwegend orale cultuur in Burkina Faso is hiervoor een corpus geselecteerd datniet alleen een schriftelijke, maar ook een mondelinge component omvat.Het schriftelijke deel van het corpus wordt gevormd door de vertaling in het Jula vanhet Nieuwe Testament (Layidukura, 1996), die gedeeltelijk op Franse tussenversies isgebaseerd; de mondelinge component betreft recent gehouden preken van zowelkatholieke als protestantse geestelijken. Alle teksten zijn geanalyseerd volgens eenlicht aangepaste versie van het model van Christiane Nord (1991), waarin zowelintra-, para- als extratekstuele factoren bestudeerd worden. Omdat in het oralediscours niet alleen sprake is van vertalen, maar ook van code switching, heb ikbovendien getracht te achterhalen of er voor beide communicatiestrategieënverschillende motieven te vinden waren.De analyse toont aan dat de gekozen vertaal- en communicatiestrategieën in sterkemate beïnvloed zijn door sociolinguïstische en culturele factoren. In het geval van debijbelvertaling, die een oecumenisch karakter heeft, kan worden geconstateerd dat derol van de opdrachtgever inderdaad belangrijk is: aangezien de vertaling door deprotestantse Alliance Biblique is geïnstigeerd en voor een belangrijk deelgefinancierd, hebben de vertalers bewust of onbewust vooral rekening gehouden metprotestantse voorkeuren wat betreft o.a. terminologie. Dit vormt een plausibeleverklaring voor het feit dat de vertaling in de katholieke kerk weinig weerklank heeftgehad. Het geringe verkoopsucces van de vertaling als geheel heeft waarschijnlijk temaken met extralinguïstische factoren als de overwegend orale cultuur, de lage graadvan alfabetisering en de geringe koopkracht van de bevolking. Als primaire skoposvan de vertaling kan evangelisatie worden genoemd; de liturgische functie is eensecundair doel. Verder draagt de vertaling van deze prestigieuze religieuze tekst bijaan de emancipatie van het Jula en tevens tot een ontwikkeling van de schriftcultuur.Uit het onderzoek is verder gebleken dat er in de vertaling, maar niet systematisch,sprake is van aanpassing aan de lokale cultuur (in het omzeilen van taboes en dekeuze van metaforen bij de vertaling, bijvoorbeeld).Wat het mondelinge corpus betreft waren de motieven voor hetzij vertaling, hetzijcode switching in het tweetalige protestantse discours, waar een tolk de preek van dedominee vertaalde, niet overal duidelijk. Een interessante uitkomst van het onderzoekis dat de wijze waarop de vertaler omspringt met de taaluitingen van de geestelijketreffende overeenkomsten vertoont met de vertelwijze van de traditionele griot. Uitde analyse van het discours van de katholieke geestelijke, die zichzelf vertaalde,bleek een duidelijke accentverschuiving: de spreker c.q. tolk gebruikte het Frans omnaar de internationale politieke actualiteit te verwijzen, terwijl het Jula,overeenkomstig de Afrikaanse orale traditie, opvallend meer aan interneaangelegenheden refereerde en een sterker verzoenende toon had, haast alsof despreker zich in beide gevallen tot twee verschillende doelgroepen richtte. De grenstussen vertaling en code switching enerzijds en vertaling en aanpassing aan(verwachtingen van) het publiek anderzijds blijkt op basis van dit onderzoek dan ookniet altijd duidelijk te trekken.Het belang van dit onderzoek ligt mijns inziens dan ook, enerzijds, opvertaalwetenschappelijk vlak: het bewijst het nut van de skopostheorie voor hetvaststellen van de keuzes die bij het vertalen zijn gemaakt, en van de invloed vanallerlei extratekstuele maatschappelijke factoren op het resultaat en de wijze vanfunctioneren van vertalingen (wie zijn de opdrachtgevers? wie financiert de vertaling,hoe wordt deze verspreid? wie maakt er gebruik van, in welke context?). Anderzijdsligt het belang van dit onderzoek op een breder sociolinguistisch vlak : het toont aanhoe verschillende talen (en met name, in dit geval, de taal van de voormaligekolonisator en een inheemse taal) functioneren, met welke waarden ze zijnverbonden, en welke attitude ze veronderstellen bij de toegesprokenen; ook toont hetaan dat deze verhoudingen in beweging zijn, en dat het vertalen zelf een belangrijkefactor in de ontwikkeling van nationale talen kan vormen.
    Originele taal-2French
    KwalificatieDoctor of Philosophy
    Toekennende instantie
    • Rijksuniversiteit Groningen
    Begeleider(s)/adviseur
    • Korthals Altes, Elisabeth, Supervisor
    • Linn, Stella, Co-supervisor
    Datum van toekenning3-mrt.-2005
    Plaats van publicatie[S.l.]
    Uitgever
    Gedrukte ISBN's9036722322
    StatusPublished - 2005

    Citeer dit