Marine eutrophication in perspective: On the relevance of ecology for environmental policy

Folkert de Jong

    Onderzoeksoutput

    Samenvatting

    Bij grote milieuproblemen doen politici vaak een beroep op wetenschappers. Maar volgens Folkert de Jong, adjunct-secretaris van het Waddenzee Secretariaat, is de bijdrage van de wetenschap aan het milieubeleid uiteindelijk beperkt. Hij concludeert dit op basis van onderzoek naar wetenschappelijke studies en de politieke besluitvorming rond het vermestingsprobleem in de Noordzee: ‘Je ziet dat politieke factoren de wetenschappelijke horizon vernauwen.’ De Jong promoveert op 7 juli 2006 aan de Rijksuniversiteit Groningen.Begin jaren tachtig werd er op sommige plekken in de Noordzee ‘zuurstofloosheid’ geconstateerd. Vissen en krabben legden daar en masse het loodje, omdat er bijna geen zuurstof meer in het water zat. Folkert de Jong: ‘Men dacht dat dit veroorzaakt werd door de toegenomen hoeveelheid voedingsstoffen in het water, in het bijzonder stikstof (afkomstig uit kunstmest) en fosfaat (afkomstig uit wasmiddelen). Algen konden dankzij deze “vermesting” extra goed gedijen en na hun dood was er veel zuurstof nodig bij het rottingsproces. Hierdoor ontstond zuurstofloosheid.’Rol ecologie beperktUiteindelijk werd besloten - tijdens de tweede Noordzee-conferentie in Londen in 1987 - om de toevoer van voedingsstoffen naar de Noordzee over een periode van tien jaar met 50 procent te verminderen. Aan de wetenschap, in het bijzonder de ecologie, de taak om uit te zoeken hoe groot het probleem in feite was, welke delen van de Noordzee het meest gevoelig waren voor vermesting, en of de reductie van 50 procent voldoende was om het probleem op te lossen. Er werden daarom werkgroepen, veelal bestaande uit ambtenaren met een wetenschappelijke achtergrond, opgericht die de verbinding moesten vormen tussen politiek en wetenschap. Maar, zo blijkt uit het onderzoek van De Jong, uiteindelijk is de bijdrage van de ecologie zeer beperkt geweest.De Jong: ‘Je zag bij de besluitvorming rond het vermestingsprobleem dat politieke factoren de wetenschappelijke feiten gingen beïnvloeden. Politici willen namelijk concrete, simpele oplossingen voor een probleem. Hierdoor vernauwt de wetenschappelijke horizon.’ De Jong vindt dat een slechte zaak. ‘In het geval van de zuurstofloosheid is er door de werkgroepen vooral naar de voedingsstoffen gekeken. Dit is namelijk, beleidsmatig gezien, de oorzaak die je het gemakkelijkst kan bestrijden. Andere mogelijke oorzaken werden genegeerd.’ En dat terwijl, zo is inmiddels gebleken, voedingsstoffen waarschijnlijk maar een beperkte rol spelen bij het ontstaan van zuurstofloosheid. Er spelen ook natuurlijke factoren mee - zoals de klimaatverandering - waar je minder gemakkelijk wat aan kan doen. Bovendien bleek uit onderzoek dat het probleem veel minder ernstig was dan oorspronkelijk gedacht. ‘Er zijn sinds het begin van de jaren tachtig bijna geen ernstige gevallen van zuurstofloosheid meer voorgekomen in de Noordzee. Maar onderzoekers zijn er niet in geslaagd om aan te tonen dat dit te danken is aan het beleid.’RealistischerDe Jong stelt vast dat wetenschappelijk onderzoek, zeker naar zo’n complex ecosysteem als de Noordzee, meestal meer vragen dan antwoorden oplevert. ‘Politici en wetenschappers moeten daarom realistischer worden. Politici moeten beseffen dat wetenschappers geen kant-en-klare oplossingen kunnen bieden. En wetenschappers moeten daar eerlijker in worden.’Daarom pleit De Jong voor een andere werkwijze bij de besluitvorming rond milieu­problemen: ‘Wetenschap kan maar een beperkt deel van het probleem oplossen. Er moeten namelijk ook allemaal waardeoordelen geveld worden. Want wanneer vinden we iets een probleem?’ De Jong vindt daarom dat we maatschappelijke groeperingen meer bij het proces moeten betrekken, vooral bij de voorbereiding van politieke besluiten. In het geval van het vermestingsprobleem hadden dat onder anderen mensen uit de landbouw, visserij en natuurbescherming moeten zijn. ‘Je kan dan waarschijnlijk geen daadkrachtig politiek besluit nemen, en het beleidsproces zal stapje voor stapje gaan. Maar ik denk toch dat dit beter is: je hebt minder kans op fouten en technocratische oplossingen die de oorzaak van het probleem niet wegnemen.’
    Originele taal-2English
    KwalificatieDoctor of Philosophy
    Toekennende instantie
    • Rijksuniversiteit Groningen
    Begeleider(s)/adviseur
    • Wolff, Willem, Supervisor
    • Colijn, F, Supervisor
    • van der Windt, Henny, Co-supervisor
    Datum van toekenning7-jul.-2007
    Plaats van publicatie[S.l.]
    Uitgever
    StatusPublished - 2006

    Citeer dit