Nietzsche's ideal Europe: aestheticization and dynamic interculturalism from he birth of tragedy to the gay science

Martine Suzanne Prange

Onderzoeksoutput

Samenvatting

De eenheid en toekomst van Europa was een voortdurende bron van zorg voor de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900), zo blijkt uit het proefschrift van filosoof Martine Prange. Zij onderzocht Nietzsches ideaal voor de Europese cultuur op basis van een reconstructie van zijn - dramatisch veranderende - muzikale esthetica. Opvallend is dat Nietzsche vooral keek naar Europa vanuit de kunst en esthetica en zich keerde tegen de economie en politiek als culturele heersers en domeinen van Europese unificatie. Dit maakt zijn denken over Europa extra interessant met het oog op de huidige economische en politieke eenwording. Nietzsche beschouwde Europa namelijk als een artistieke en culturele eenheid en niet, zoals Europese verdragen vanaf de Messina-verklaring van 1955, als een ‘markt’. In haar conclusie stelt Prange dat Nietzsches pleidooien voor de ‘estheticering’ van de cultuur en voor ‘dynamisch interculturalisme’ als dispositie van de Europese mens precies zijn wat wij momenteel in debatten over de identiteit en rechtvaardiging van Europa missen. Leidraad in het historische gedeelte van haar proefschrift is Pranges stelling dat Nietzsche weliswaar altijd de ‘estheticering’ van de Europese cultuur propageerde, maar dat de wijze waarop dit volgens hem kon worden bereikt sterk veranderde. Deze veranderde met name onder invloed van zijn vriend- en vijandschap met de componist Richard Wagner. De intellectuele relatie tussen Nietzsche en Wagner wordt uitgebreid onderzocht en dit levert een aantal belangwekkende resultaten op. Zo toont Prange dat Nietzsche al vóór het verschijnen van zijn eerste, ‘Wagneriaanse’ boek De geboorte van de tragedie, sterke twijfels had over Wagners ‘tragische’ levenshouding en daarmee over diens capaciteit om de Europese cultuur te redden van de artistieke decadentie waaraan het, onder invloed van de populaire Franse mode en amusementsindustrie (d.w.z. de Italiaanse opera), leed. Ze toont dat Nietzsches Wagner-aanhangerschap veel korter heeft geduurd dan doorgaans wordt gested: namelijk vijftien maanden in plaats van 14 jaar. Prange besteedt veel aandacht aan Nietzsches verwerping en latere omarming van de Italiaanse opera - een algemeen genegeerd onderwerp in de Nietzsche-literatuur. Daarbinnen toont zij onder meer dat Nietzsche, in navolging van Goethe, zich waagde aan het schrijven van een libretto voor wat een Italiaanse opera moest worden. Hij deed dit in een poging om de Duitse muziek te ‘ver-italianiseren’, daardoor op een hoger plan te brengen en zo de Europese cultuur te verlossen van ‘zieke’ Duitse invloeden – waarvan nu Wagners muziek de belangrijkste was volgens Nietzsche. Prange toont vervolgens aan dat Nietzsche het ‘ver-italianiseren’ niet alleen op muzikaal niveau aanmoedigde, maar ook op individueel, ethisch niveau: om een ‘goede Europeaan’ te worden, moest men ‘ont-Duitsen’. Ook voor dit ‘dynamisch interculturalisme’ stond Goethe model.
Originele taal-2English
KwalificatieDoctor of Philosophy
Begeleider(s)/adviseur
  • ter Hark, Michel, Supervisor
  • Pätzold, Detlev, Supervisor
  • Stephenson, R.H., Supervisor, Externe Persoon
Datum van toekenning8-nov-2007
Plaats van publicatieGroningen
Uitgever
Gedrukte ISBN's9789036731829
StatusPublished - 2007

Citeer dit