Nieuwe wegen voor het ontgrondingenbeleid

Paul Ike, H. Voogd

    OnderzoeksoutputProfessional

    156 Downloads (Pure)

    Samenvatting

    Ter ondersteuning van het beleidsvormingsproces hebben de Ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat aan de Rijksuniversiteit Groningen gevraagd om een onafhankelijk advies te geven met betrekking tot de problematiek van het ontgronden binnen de ruimtelijk ordening. Het advies is opgesteld aan de hand van een aantal concrete vragen die de onderzoekers zijn aangereikt. Deze vragen, met als centraal thema het minimaliseren van het ruimtebeslag van primaire ontgrondingen, hebben betrekking op de mogelijkheden om: 1) dieper dan gebruikelijk ophoogzand te winnen, 2) oppervlaktedelfstoffen te winnen uit maaiveldverlagingen, 3) (meer) oppervlaktedelfstoffen te winnen uit de grote wateren, 4) diepe secundaire ontgrondingen uit te voeren t.b.v. de berging van afval en/of reststoffen, 5) meer hout te gebruiken, 6) meer oppervlaktedelfstoffen te importeren, 7) export van oppervlaktedelfstoffen te verbieden, en 8) meer besparingsmaatregelen te treffen voor ophoog- en beton- en metselzand (b&m-zand).
    Alle aangedragen alternatieven voor de traditionele wijze van oppervlaktedelfstoffenwinning worden in principe als kansrijk bestempeld. Dit geldt niet voor meer import of het verbieden van export. Het gebruik van meer hout en het uitvoeren van besparingsmaatregelen moet vooral worden gezien als het beoogde resultaat van een emancipatieproces dat meer aandacht vanuit beleid en wetenschap vergt. Voor wat betreft diepwinning en maaiveldverlaging moeten er basisgegevens verzameld worden om een gefundeerde inschatting te kunnen maken van de potentie van deze winningswijzen. Momenteel wordt aan deze gegevensbehoefte vanuit de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van de Rijkswaterstaat overigens reeds invulling gegeven. De voorgestelde “nieuwe wegen voor het ontgrondingen beleid” kunnen tot gevolg hebben dat primaire grondstoffen in de toekomst grosso modo meer uit secundaire ontgrondingen zullen komen. Hierdoor zal de bouwgrondstoffenmarkt meer dan op dit moment door aanbod bepaald gaan worden. Een voorbeeld is het (tijdig) meekoppelen van de bouwgrondstoffenwinning aan b.v. rivierverruimende maatregelen. De kosten- en logistieke implicaties hiervan zijn op dit moment nog onduidelijk en verdienen, gezien de beleidsdoelstelling dat de overheid tijdig in de behoefte aan primaire grondstoffen dient te voorzien, de aandacht. In dit licht kunnen winning van zeezand (vooral ophoogzand) en diepwinning (vooral b&m-zand), waarvoor deze implicaties niet gelden, op de korte termijn als meest kansrijke opties beschouwd worden.
    Originele taal-2Dutch
    Plaats van productieDelft
    UitgeverijMinisterie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde
    Opdrachtgevend orgaanMinisterie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde
    Aantal pagina's87
    StatusPublished - nov-2000

    Publicatie series

    NaamPublicatiereeks Grondstoffen
    UitgeverijMinisterie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde
    Nr.W-DWW-2000-069

    Citeer dit