Over onwettigheid, onzedelijkheid en terugvordering: Een rechtshistorisch en rechtsvergelijkend onderzoek naar de toelaatbaarheid van vorderingen uit onverschuldigde betaling na de uitvoering van een nietige overeenkomst

Tobias Jonkers

Onderzoeksoutput

1143 Downloads (Pure)

Samenvatting

In dit proefschrift wordt gekeken in hoeverre het gedrag van partijen en de aard van de geschonden norm een rol moeten spelen bij de terugvordering. In het Romeinse recht werd terugvordering geweigerd als iemand in strijd met de goede zeden had betaald en vuile handen had. In het moderne recht is een vergelijkbare blokkade voor een onwaardige eiser overgenomen, bijvoorbeeld in Zuid-Afrika en Frankrijk. In bepaalde gevallen kan een inbreuk op het recht, in het bijzonder de goede zeden, zo ernstig worden bevonden dat geen actie wordt toegekend en partijen worden gelaten in de toestand waarin ze zich bevinden. In het Nederlandse recht werd een beroep op een dergelijk ‘moreel’ criterium consequent verworpen onder het oud Burgerlijk Wetboek, maar in het moderne recht kan in uitzonderingsgevallen terugvordering worden geweigerd.

Een vordering uit onverschuldigde betaling hoort mijns inziens steeds te worden toegekend aan degene die een nietig contract heeft uitgevoerd. Iedere prestant heeft daardoor recht op terugvordering dan wel waardevergoeding van de verrichte prestatie. Door een actie uit onverschuldigde betaling toe te staan wordt een verrijking ongedaan gemaakt. Daarom heeft de prestant recht op terugvordering of waardevergoeding. De weigering van een actie aan de ene partij leidt tot de instandlating van een verrijking bij de wederpartij. De ernst van de normschending en het gedrag van partijen horen geen factoren te zijn die bij de beoordeling van een vordering uit onverschuldigde betaling. Zij kunnen wel aanleiding zijn tot bestraffing. De regeling van de onverschuldigde betaling is niet het middel om partijen te straffen voor wangedrag. Het privaatrecht kan geen bevredigende oplossing bieden als een ‘misdadige’ overeenkomst of een overeenkomst in strijd met de goede zeden is uitgevoerd. De bestrijding van immoreel gedrag kan beter worden overgelaten aan het strafrecht.
Vertaalde titel van de bijdrageOn illegality, immorality and restitution: A comparative and historical study into the admissibility of restitution after discharging a void contract
Originele taal-2Dutch
KwalificatieDoctor of Philosophy
Toekennende instantie
  • Rijksuniversiteit Groningen
Begeleider(s)/adviseur
  • Brandsma, Frits, Supervisor
Datum van toekenning22-jun-2017
Plaats van publicatie[Groningen]
Uitgever
Gedrukte ISBN's978-94-6290-393-7
Elektronische ISBN's978-94-6274-716-6
StatusPublished - 2017

Citeer dit