Ondernemingsdoel en winst; een confrontatie van enkele theorieën van het ondernemingsgedrag.

Johannes Lützen Bouma

Onderzoeksoutput

166 Downloads (Pure)

Samenvatting

INLEIDING Het zal ieder, die zich heeft verdiept in de vraagstukken met betrekking tot het ondernemingsgedrag, zijn opgevallen, dat deze problematiek theoretisch op uiteenlopende wijzen is benaderd. Het verschil in aanpak is zeer duidelijk aanwijsbaar tussen aan de ene kant de algemene economie, ook wel -en in de bedrijfseconomie zeer gebruikelijk -aangeduid als de sociale economie, en aan de andere kant de bedrijfseconomie. Een van deze verschilpunten betreft de veronderstellingen inzake de doelstellingen van het ondernemingsgedrag. De sociale economie heeft in principe de doelstelling gezocht in de winstmaximalisatie. Betrekkelijk weinig sociaal-economische auteurs hebben evenwel stilgestaan bij de problemen, die zijn verbonden aan de bepaling van de winst. Het winstbegrip is in de theorie en in de praktijk geassocieerd met een mogelijkheid tot vertering en uitkering. Zoals in hoofdstuk I van deze studie zal worden besproken, is het uitkeerbare winstbegrip, in navolging van onder anderen Irving Fisher, J. R. Hicks, F. A. von Hayek en E. Lindahl, gedefinieerd als het bedrag, dat in de loop van een bepaalde periode aan de onderneming kan worden onttrokken, zonder dat de ondernemer aan het einde van die periode 'slechter af' is dan aan het begin. Men drukt het ook ,
Originele taal-2Dutch
KwalificatieDoctor of Philosophy
Begeleider(s)/adviseur
  • van der Meij, J., Supervisor, Externe Persoon
Datum van toekenning31-mei-1966
Plaats van publicatieGroningen
Uitgever
StatusPublished - 1966

Citeer dit