Prognostic implications of myocardial injury around percutaneous coronary interventions

Marcus Bernardus Nienhuis

Onderzoeksoutput

1483 Downloads (Pure)

Samenvatting

In dit proefschrift werd het belang van het meten van cardiale enzymen rondom dotterprocedures (percutane coronaire interventies, PCI) onderzocht. Het eerste deel van het proefschrift was gericht op schade aan het hart na een geplande PCI. Zowel in een eigen studie, als in een meta-analyse waarin 20 studies waren geïncludeerd, was troponine stijging na de procedure een voorspeller van een slechte prognose. Troponine stijging na de procedure kwam minder vaak voor bij patiënten die waren voorbehandeld met clopidogrel. Patiënten die een PCI van meerdere coronairvaten ondergingen, hadden vaker postprocedurele troponine stijging in vergelijking met diegenen die een PCI van één coronairvat ondergingen. Het tweede deel van het proefschrift was gericht op het meten van schade aan het hart rondom een primaire PCI vanwege een ST elevatie myocardinfarct. Een eerst gemeten waarde van troponine bij opname was vaker verhoogd bij patiënten met een late presentatie, voorwandinfarct en oudere leeftijd, en was geassocieerd met een slechte prognose. Piekwaarden van creatine kinase (-MB) waren onafhankelijke voorspellers van linker ventrikel ejectie fractie (LVEF) en éénjaars-mortaliteit. Vervolgens werd aangetoond dat patiënten met een voorwandinfarct een verhoogde kans hadden op een lagere LVEF en hogere éénjaars-mortaliteit. Een lage LVEF was echter, in vergelijking met enzymatische infarctgrootte en infarct locatie, een krachtigere voorspeller van éénjaars-mortaliteit.
Originele taal-2English
KwalificatieDoctor of Philosophy
Toekennende instantie
  • Rijksuniversiteit Groningen
Begeleider(s)/adviseur
  • Zijlstra, Felix, Supervisor
  • Bilo, Henk, Supervisor
Datum van toekenning28-mei-2008
Plaats van publicatie[S.l.]
Uitgever
Gedrukte ISBN's9789036734172
StatusPublished - 2008

Citeer dit