Stimulants and the developing brain

Lizanne Johanna Stephanie Schweren

    Onderzoeksoutput

    2395 Downloads (Pure)

    Samenvatting

    In de afgelopen decennia is het gebruik van ADHD medicatie, met name stimulantia, toegenomen. Deze toename leidt regelmatig tot verhit maatschappelijk debat en onrust onder ouders en clinici. De zorgen over ADHD medicatie worden in de media aangewakkerd door suggestieve berichtgeving over de overeenkomsten met harddrugs als cocaïne en ecstasy. Terecht vraagt men zich af: willen we onze kinderen blootstellen aan een middel waarvan we het lange-termijn effect op de hersenontwikkeling niet kennen? In dit proefschrift presenteer ik de resultaten van onderzoek naar de lange-termijn effecten van ADHD medicatie op het zich ontwikkelende brein.
    Vaker dan wél, vinden we géén verband tussen medicatie en de ontwikkeling van het brein. Zo vinden we geen effect van ADHD medicatie op de dikte van de cortex (deze is bij kinderen/jongeren met ADHD vaak wat dunner), op het volume van de frontaalschors (deze is bij kinderen/jongeren met ADHD vaak wat kleiner), of op activatie in het striatum tijdens beloning (deze is bij kinderen/jongeren met ADHD vaak wat verhoogd). Ook wat betreft ADHD symptomen, sociaal-emotioneel functioneren en cognitie vinden we geen lange-termijn effect, positief dan wel negatief, van medicatie.
    In een aantal studies vinden we echter wel subtiele veranderingen in het brein na behandeling met stimulantia. De frontaalschors, bijvoorbeeld, is kleiner bij jongeren met ADHD, maar niet bij jongeren met ADHD die drager zijn van het DRD4 7R allel en bovendien op jonge leeftijd medicatie hebben gekregen. Ook vinden we dat jongeren die intensief zijn behandeld met stimulantia, wanneer ze een beloning krijgen, een hersengebied activeren dat belangrijk is voor cognitieve controle; jongeren met ADHD die niet zo intensief zijn behandeld activeren dit gebied niet. We denken dat deze extra activatie positief kan zijn voor de jongeren, en er bijvoorbeeld aan kan bijdragen dat intensief behandelde jongeren minder kans hebben om verslaafd raken.
    Samenvattend: vaker dan wel vinden we geen effect van medicatie op het brein. De effecten die we wel vinden zijn subtiel, soms specifiek voor een bepaalde subgroep van kinderen/jongeren met ADHD, en lijken eerder een positief dan een negatief karakter te hebben.
    Originele taal-2English
    KwalificatieDoctor of Philosophy
    Toekennende instantie
    • Rijksuniversiteit Groningen
    Begeleider(s)/adviseur
    • Hoekstra, Pieter, Supervisor
    • Buitelaar, Jan, Supervisor, Externe Persoon
    • Hartman, Catharina, Co-supervisor
    • Rubia, Katya, Co-supervisor, Externe Persoon
    Datum van toekenning14-dec-2016
    Plaats van publicatie[Groningen]
    Uitgever
    Gedrukte ISBN's978-­90-­367-­9055-­0
    Elektronische ISBN's978‐90-­367-­9054-­3
    StatusPublished - 2016

    Citeer dit