Untying the knot: Mechanistically understanding the interactions between social foragers and their prey

Allert Imre Bijleveld

Onderzoeksoutput

3590 Downloads (Pure)

Samenvatting

Veel trekvogels zijn afhankelijk van de Waddenzee. Hier vinden ze voedsel om de winter te overleven en om op te vetten voor migratie naar de Arctis of Afrika. De meeste vogels voeden zich met wormen en schelpdieren die in de wadbodem leven. Dit proefschrift beschrijft onderzoek aan de foerageerbeslissingen van een in groepen levende wadvogel (de kanoet, Calidris canutus) die zich voedt met schelpdieren zoals kleine kokkels (Cerastoderma edule). Belangrijke vragen die we beantwoorden zijn: Kunnen we op basis van de ruimtelijke verspreiding van kokkels de ruimtelijke verspreiding van kanoeten voorspellen? Gebruiken kanoeten elkaar om verborgen voedsel te vinden? Hebben individuele kanoeten ‘persoonlijkheden’ met betrekking tot hun foerageerbeslissingen en gebiedsgebruik?
Kanoeten blijken ieder hun eigen zoekstrategie te hanteren. Vooral de intensiteit waarmee ze hun omgeving verkennen verschilde sterk tussen individuele vogels. Dit exploratiegedrag in gevangenschap kwam overeen met gedrag in het wild. Na hun vrijlating vertrokken ‘explorerende’ kanoeten naar wadplaten in Engeland en Duitsland, terwijl niet-explorerende kanoeten in de Nederlandse Waddenzee bleven. Kanoeten kijken bij elkaar af om de beste voedselplekken te vinden. In tegenstelling tot de algemene zienswijze, zijn kanoeten niet daar te vinden waar prooidichtheden het hoogst zijn. Ook al kunnen prooien hier gemakkelijk worden gevonden, deze zijn door onderlinge voedselcompetitie van lagere kwaliteit.
Hoewel dit onderzoek zich toespitste op kanoeten, beperkt het inzicht dat we hebben verkregen zich niet tot deze soort. In tegenspraak met de huidige kennis, laten onze resultaten zien dat prooidichtheid een slechte voorspeller van de energie-inname kan zijn. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het voorspellen van ruimtelijke verdelingen van predatoren en voor het schatten van draagkracht, oftewel hoeveel predatoren kunnen leven van het aanwezige voedsel in een gebied. De ontdekking dat individuen verschillen in exploratiegedrag toont aan dat, binnen één soort, individuen verschillend kunnen omgaan met een veranderende wereld.
Originele taal-2English
KwalificatieDoctor of Philosophy
Toekennende instantie
  • Rijksuniversiteit Groningen
Begeleider(s)/adviseur
  • Piersma, Theunis, Supervisor
  • Gils, Jan A. van, Co-supervisor, Externe Persoon
Datum van toekenning19-jun-2015
Plaats van publicatie[Groningen]
Uitgever
Gedrukte ISBN's978-90-367-7866-4
Elektronische ISBN's978-90-367-7865-7
StatusPublished - 2015

Citeer dit