Welke factoren zijn van kracht op ecologisch onderzoek met betrekking tot de Wet ruimtelijke ordening

Charlotte Deierkauf

OnderzoeksoutputProfessional

279 Downloads (Pure)

Samenvatting

Begeleiding: Prof. Ab Grootjans IVEM Rijksuniversiteit Groningen Drs. Karin Ree Bèta wetenschapswinkel Rijksuniversiteit Groningen Dankbetuiging Dank gaat uit naar de Friese Milieufederatie voor de aanleiding van dit rapport en het leveren van gegevens en vragen; Adviesburo De Meent, Altenburg en Wymenga ecologisch onderzoek bv, BugelHajema bureau voor ruimtelijke ontwikkeling en milieu en Vos ecologisch onderzoek voor de medewerking aan de interviews en het leveren van gegevens; Ab Grootjans en Karin Ree van de Rijksuniversiteit Groningen voor de begeleiding. Samenvatting De Friese Milieufederatie en aangesloten lokale groepen voeren inspraak in procedures met betrekking tot de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In deze procedures vindt verplichte toetsing plaats van de ecologische effecten van ruimtelijke ingrepen voor gebied en soorten. Dit onderzoek wordt veelal uitgevoerd door ecologische adviesbureaus. De milieuorganisaties vragen hoe zij de ecologische adviesrapporten kunnen beoordelen aan de hand van relevante richtlijnen en procedures voor deze toetsing. In dit rapport is hiertoe de vraag gesteld: Welke factoren zijn van kracht op toetsing van schadelijke effecten op gebied en soorten door ecologisch adviesbureaus met betrekking tot Wet ruimtelijke ordening? Ruimtelijke ingrepen hebben een effect op hun omgeving en de soorten die daarin leven. Om de mogelijke effecten te toetsen schakelen de initiatiefnemers ecologische adviesbureaus in. Deze bureaus betrekken informatie van verschillende instanties, zoals particuliere gegevensbeherende organisaties en overheidsinstanties. Dit betreft vooral gegevens over de verspreiding van beschermde soorten. Het ecologisch onderzoek staat onder invloed van wetgeving. Zo zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de Nederlandse Flora en faunawet, de Natuurbeschermingswet en zijn er gebieden aangewezen als Ecologische Hoofdstructuur. Deze juridische normeringen zijn opgezet om soorten en gebieden te beschermen door eisen te stellen aan ruimtelijke ingrepen, en vormen de basis voor het ecologisch onderzoek uitgevoerd door ecologische adviesbureaus. Uit interviews met een viertal ecologische adviesbureaus is gebleken dat de verschillende bureaus dezelfde werkwijze hanteren voor het beoordelen van schadelijke effecten van ruimtelijke ordening. Zij noemen ook dezelfde problemen en beperkingen. Naar het oordeel van de woordvoerders van de ecologische adviesbureaus is de wetgeving tamelijk star. Er is weinig ruimte voor meer intrinsieke natuurwaardes en voor afstemming van de beoordelingen op de specifieke locatie. Een minder rigide procedure en meer overleg met de uitvoerders van het onderzoek kan tot een effectievere werkwijze leiden voor beide partijen. De ecologische adviesbureaus zien een mogelijkheid tot verbetering in het gratis beschikbaar stellen van verspreidingsgegevens. Dit kan het vooronderzoek versnellen en daarnaast verduidelijkt het voor de beoordelende overheidsinstantie welke gegevens zijn gebruikt. Tevens kan de overheid hierdoor medewerking van de bureaus eisen voor het leveren van gegevens. Het Netwerk Groene Bureaus kan van een keurmerk worden voorzien. Door de verplichte gedragscode van het Netwerk wordt de uitvoering van ecologisch onderzoek transparanter. Tevens levert dit de adviesbureaus een sterkere positie op in overleg met de overheid doordat het Netwerk Groene Bureaus als onderhandelingspartner kan optreden, bijvoorbeeld over de beschikbaarstelling van gegevens.
Originele taal-2Dutch
Plaats van productieGroningen
Uitgeverijs.n.
Aantal pagina's60
StatusPublished - 2011

Citeer dit